Voorontwerp aangepast Decreet Sport-voor-Allenbeleid: ISB geeft duiding

14 november 2011

Vandaag, 14 november 2011, ontvingen alle sportdiensten van Bloso het voorontwerp van het aangepast Decreet lokaal Sport-voor-Allenbeleid. Dat  voorontwerp werd eind oktober besproken en op 10 november jl. goedgekeurd door de Vlaamse regering. Vanuit ISB geven we een korte samenvatting en duiding bij dit voorontwerp, samen met een aftoetsing aan de aandachtspunten die ISB tijdens de totstandkoming heeft geformuleerd.

Het voorontwerp van decreet werd 10 november 2011 principieel goedgekeurd door de Vlaamse regering:

Samengevat

De kern van het voorontwerp zijn de 4 beleidsprioriteiten (BPS), waarop gemeenten kunnen inspelen in ruil voor Vlaamse subsidies:

    • Ondersteuning van de kwalitatieve uitbouw van sportverenigingen via een subsidiebeleid (de sportverenigingen bieden sporten aan vermeld op de sporttakkenlijst, of aangeboden door een erkende Vlaamse sportfederatie of door een organisatie voor sportieve vrijetijdsbesteding) (BPS1)

 

  • Stimuleren van sportverenigingen tot professionalisering, met bijzonder accent op jeugdsportbegeleiding en onderlinge samenwerking (voor verenigingen lid van een erkende Vlaamse sportfederatie) (BPS2)
  • Het voeren van een activeringsbeleid via een anders georganiseerd sport- en beweegaanbod (BPS3)
  • Het voeren van een beweeg- en sportbeleid met aandacht voor transversale samenwerking, zodat kansengroepen gelijke kansen krijgen (BPS4)

Lokale besturen krijgen hiervoor 2,4 euro per inwoner subsidie en moeten zelf 30% cofinancieren (te besteden aan de 4 beleidsprioriteiten).

 

Als gevolg van het planlastendecreet bevat het aangepaste decreet Sport voor Allen geen bepalingen meer over de sportfunctionaris of sportdienst. De sportraad is wel vermeld en de gemeente moet deze betrekken bij de opmaak van het meerjarenplan en jaarlijks bij de jaarrekening i.k.v. de Beleids-en Beheerscyclus (BBC).

 

Het aangepaste decreet bevat ook niet langer de mogelijkheid om een verenigingssportbeleidsplan te maken wanneer de gemeente niet wil instappen.

 

Wat betekent dit volgens ISB voor de gemeenten?

Algemeen kunnen we stellen dat er een sterk vereenvoudigd voorontwerp van decreet voorligt. De vier beleidsprioriteiten kunnen we positief beoordelen omwille van volgende redenen:

  • Het goede van de vijf hoofdstukken/thema's uit het vorige decreet wordt behouden (o.a. ook het thema van de impulssubsidies in BPS2) en werd aangevuld met enkele nieuwe te respecteren beleidskeuzes (professionalisering of samenwerking sportclubs, aandacht voor transversale samenwerking bij kansengroepen, uitbreiding met begrip bewegen, ...)
  • Enkele aanpassingen werden doorgevoerd om kleine onduidelijkheden weg te werken (toevoeging sporttakkenlijst bij BPS1, een aangepaste definitie van kansengroepen, ...)
  • De prioriteiten laten voldoende ruimte voor lokale invulling en autonomie. Zo zal de gemeente vrij zijn om zelf kwaliteitscriteria te bepalen bij subsidiering van sportclubs (BPS1), laat de keuze in BPS2 (professionalisering OF samenwerking, naast het accent jeugdsportbegeleiders) toe om lokale accenten te leggen en blijft andersgeorganiseerde sport een belangrijke peiler.

Als ISB geven we echter wel nogmaals de bezorgdheden van de sportdiensten mee wanneer de Vlaamse regering de bestedingspercentages en ev. nadere voorwaarden zal bepalen in het uitvoeringsbesluit:

  • De bestedingspercentages mogen de gemeenten niet beperken in hun autonomie om de Vlaamse prioriteiten te vertalen naar de lokale context en moeten respect hebben voor de inspanning van gemeenten met hun eigen middelen.
  • Er moet een goed evenwicht zijn tussen de beleidsprioriteiten zodat een complementair (niet-polariserend) beleid tussen sportverenigingen en andersgeorganiseerde sport gestimuleerd wordt.

Het bedrag van 2,4 euro per inwoner lijkt op het eerst zicht een verhoging t.o.v. de som van de vroegere 1,5 euro beleidssubsidie en de 0,8 euro impulssubsidie. Maar wanneer we rekening houden met de indexering van de voorbije jaren, is dit een stap terug. In economisch moeilijke tijden kunnen we begrip opbrengen voor het debat over besparingen, maar we wensen wel het debat te voeren in de context van het totale sportbeleid. De gevraagde 30% cofinanciering is daarentegen positief, zeker voor de vele kleinere gemeenten.

 

Het wegvallen van de verplichtingen omtrent de sportfunctionaris, is een algemene bepaling in het planlastendecreet en is in het kader van algemene gemeentelijke autonomie te verantwoorden. Ondersteuning, begeleiding, en een vorm van 'erkenning' in de praktijk van een in sport gespecialiseerde ambtenaar blijven echter belangrijk met het oog op het blijven uitbouwen en verderzetten van een kwaliteitsvol sportbeleid binnen een integraal lokaal beleid. Een afbouw van de middelen voor ondersteuning van de besturen in het kader van dit decreet (van 175.000 Euro naar 150.000 Euro) is dan ook niet gepast.

 

Het voorontwerp dat nu voorligt bevat geen bepaling meer omtrent prioriteiten voor provinciale sportdiensten. Dit kadert in het debat over de interne staatshervorming. Als ISB vragen we in dit debat wel aandacht voor de ondersteuning (van onderuit) van de kleinere gemeenten en voor bovenlokale samenwerking.

 

Afstemming van de verschillende sectorale decreten op Vlaamse niveau met de andere beleidsdomeinen (jeugd, cultuur, onderwijs, ...) blijft een belangrijk aandachtspunt, zodat de geest van het decreet planlastvermindering en de BBC ook echt kan worden gerealiseerd op lokaal vlak, zonder belemmering door sectorale bepalingen.

 

Aangezien sportinfrastructuur geen deel meer uitmaakt van dit decreet blijft een complementair beleid met hefbomen en coördinatie vanuit Vlaanderen meer dan ooit een noodzaak.

 

Hoe gaat het nu verder ?

Het is allereerst positief dat de sportdiensten op de hoogte werden gebracht van de stand van zaken van de aanpassing van het decreet Sport voor Allen. Wij zijn nl. overtuigd dat een goede interactie zorgt voor een gedragen en slagkrachtig decreet.

 

Dit voorontwerp wordt eind november voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Sectorraad Sport. Vervolgens zal dit ontwerp ook de parlementaire weg volgen met besprekingen in de commissie sport van het Vlaams parlement, met waarschijnlijk een hoorzitting.

 

Ondertussen kijken we als ISB uit naar de besprekingen omtrent de uitvoeringsbesluiten. We rekenen erop dat de geest van planlastvermindering en van dit voorontwerp hierin vertaald zal worden.

 

Meer info of vragen: david.nassen@isbvzw.be

  •  ShareDelen
  • Afdrukken
  • Mail een vriend

    Doorsturen

    Gegevens verzender