Tot 6.000 euro bijverdienen, ook in de sportsector

11 december 2017
Tot 6.000 euro bijverdienen, ook in de sportsector

Wat betekent het nieuwe statuut 'verenigingswerk' voor de lokale sportsector?

 

Tijdens het zomerakkoord van de Belgische Federale Regering was er een principieel akkoord over een 'statuut rond vrijetijdswerk' met oog op het kunnen bijverdienen in de vrijetijd, ook in de sportcontext. Eind oktober werden er wetgevende teksten gemaakt die nu voor advies voor liggen aan de nodige bevoegde instanties (o.a. de Hoge Raad voor Vrijwilligers).
(dit nieuwsbericht van 20.11.17 werd geupdate op 11.12.17)

 

Wat is de essentie?

  • Minstens 4/5de werken, zelfstandige in hoofdberoep of gepensioneerd zijn om van dit statuut te kunnen gebruik maken in de vrijetijd
  • Mogelijkheid om bij te verdienen tot 6.000 euro per jaar en max. 500 euro/maand (sociaal en fiscaal vrijgesteld)
  • De aanbieder en de uitvoerder zullen een overeenkomst moeten sluiten en melding maken van de activiteit via een app. En er is een verzekering vereist.
  • Het gaat om taken en activiteiten die vastgelegd worden in lijsten (met voor sport o.a. sporttrainer, -lesgever, jury-lid, terreinverzorger ...)
  • Er zijn bepalingen opgenomen omtrent het verbod op het cumuleren van activiteiten.

De wetgeving onderscheidt 3 algemene contexten waarin men kan bijverdienen:

  • Verenigingswerk: activiteiten in de private non-profit (o.a. in (sport)verenigingen dus) en publieke non-profit.
  • Occasionele diensten van burger tot burger
  • Deeleconomie binnen erkende platformen (deze wetgeving bestond reeds)

Voor de lokale sportsector gaat het dus in principe om de context van 'verenigingswerk'.

 

Alle informatie die beschikbaar is over de wetgeving kan je nalezen in het dossier van Sport Vlaanderen over het statuut verenigingswerk.

 

Oorspronkelijk was de bedoeling dat dit 1 januari in werking zou gaan, begin december werd de lancering uitgesteld naar februari 2018. Noteer echter dat het momenteel gaat om een principieel akkoord over de eerste wetgevende teksten. We adviseren dus om nog géénn beleid vorm te geven op basis van deze voorlopige teksten. Samen met de andere sportactoren houden we jullie op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.

 

Recent was er overleg met Sport Vlaanderen, ISB, Sportwerk Vlaanderen, VSF en Dynamo-project om begin 2018 wanneer de wetgeving definitief is gezamenlijke infomomenten te organiseren en materiaal aan te bieden om lokaal clubs en betrokkenen te informeren. 

 

Eenvoudig en ook van toepassing voor lokale besturen omtrent sport

Als ISB vinden we deze wetgeving een nuttig en zinvol instrument om ook in de sportsector mensen als lesgever, begeleider, medewerker, ... te laten bijverdienen door ze op deze manier te kunnen vergoeden. Er wordt hiermee een antwoord gegeven op de grijze zone tussen de onkostenvergoeding in het kader van vrijwilligerswerk en verloning in het kader van professionele arbeid die er tot op heden is, en wat een belangrijk deelaspect was van een jarenlange vraag van de sportsector voor een statuut voor 'semi-agorale arbeid'. De dialoog tussen dit federale initiatief van minister De Block in de zomer en eerdere Vlaamse initiatieven minister Muyters en de Vlaamse regering is dan ook positief.

 

De wetgeving en bepalingen die nu voorliggen lijken administratief eenvoudig voor de uitvoerder en aanbieder. Dit willen we zeker mee bewaken. Daarnaast willen we ook mee bewaken dat deze wetgeving toepasbaar is voor de sportactiviteiten van lokale besturen en bv. sportraden. Dit lijkt het geval onder de noemer 'verenigingswerk' waar het ook gaat over de publieke non-profitsector.

 

Bijverdienen versus vrijwilligerswerk en professionele arbeid

Dit nieuwe statuut vrijetijdswerk met als onderdeel verenigingswerk vertrekt vanuit de doelstelling van de federale regering om het mogelijk te maken om bij te verdienen tijdens de vrijetijd. We benadrukken dat dit een andere finaliteit heeft dan vrijwilligerswerk en professionale arbeid. Het vrijwilligerswerk is een zeer waardevol en essentieel onderdeel van de sportsector en dit statuut mag geen afbreuk doen aan vrijwillig engagement en het eventueel voorzien van een onkostenvergoeding voor vrijwilligers.

 

Daarnaast moet het de ambitie zijn en blijven van de sportsector om verder te professionaliseren en waar mogelijk te gaan voor volwaardige jobs en zo duurzaam te professionaliseren. Bovendien staat het streven naar kwaliteitsvolle begeleiding los van het statuut waarin men als sportbegeleider actief is en moet via diverse instrumenten (subsidie, opleiding, campagnes, ondersteuningsbeleid, ...) hier steeds aan gewerkt worden. 

 

Het nieuwe statuut vrijetijdswerk kan mogelijks wel een antwoord bieden op het oneigenlijk gebruik van de onkostenvergoeding voor vrijwilligers en een opstap zijn naar professionele arbeid in de sportsector. Bovendien kan het instrument zijn voor een transparantere en gerichte vergoeding van semi-professionele activiteiten in de sportsector binnen een algemeen kwaliteitsbevorderingsbeleid. 

 

Tot slot benadrukken we dat het wetsontwerp in de huidige vorm geen wetgeving is specifiek voor de sportsector, maar met een toepassing (en aandachtspunten) voor de volledig non-profit sector. Bij de toepassing van dit statuut binnen een lokaal vrijetijds- of welzijnsbeleid zal dialoog met andere sectoren aangewezen zijn (jeugdbewegingen, toneel- en muziekverenigingen, naschoolse opvang-initiatieven, ...) om de voordelen voor de sportsector te kunnen toepassen zonder afbreuk te doen aan de eigenheid van andere sectoren.

 

Dit bericht werd opgemaakt op basis van de bespreking op de Raad van Bestuur van ISB op 14.11.17.


  •  ShareDelen
  • Afdrukken
  • Mail een vriend

    Doorsturen

    Gegevens verzender