Fiscale aftrekbaarheid sportkampen

Dit dossier bundelt informatie over de fiscale aftrekbaarheid van uitgaven voor de opvang van kinderen tijdens sportactiviteiten/sportkampen en kadert in een gezamenlijke communicatie van ISB, VSF, IVArp Bloso, IVA Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen, en het kabinet Anciaux naar de sport- en jeugdwerksector na akkoord van de fiscale overheid.

Concreet vindt u er een toelichting over de totstandkoming van de wetgeving, de wetgeving zelf, haar praktische toepassing en het gebruik van het modelattest ter staving van de fiscale aftrek. Tevens kunt u er een voorbeeld van begeleidende brief, attest en bijlage downloaden.

Deze regeling geeft ouders een financieel voordeel en is een belangrijke erkenning van de jeugdwerk- en de sportsector. Dit is onrechtstreeks ook een stimulans om sport en jeugdwerk bij kinderen sterker te promoten.


Wetgeving Sportkampen

Bij wet van 27 december 2005 heeft de federale overheid het mogelijk gemaakt de uitgaven voor de opvang tijdens vrijetijdsactiviteiten van kinderen tot 12 jaar in aanmerking te nemen voor fiscale aftrek. Deze regeling is van toepassing gemaakt met terugwerkende kracht sinds 1 januari 2005.

In concreto betekent dit dat de uitgaven die belastingplichtigen vanaf 1 januari 2005 hebben gedragen, voor opvang tijdens vrijetijdsactiviteiten van kinderen tot 12 jaar georganiseerd door een erkende opvangvoorziening/organisator, in aanmerking komen voor fiscale aftrek.
Deze kosten kunnen dus al voor een eerste maal worden ingebracht in de aangifte van de personenbelasting van het aanslagjaar 2006 – inkomsten 2005.

Er is een nieuwe circulaire ivm de kinderopvangkosten verschenen.

Achtergrondinformatie fiscale aftrekbaarheid sportkampen

Hoe is één en ander tot stand gekomen in verband met de aftrekbaarheid van sportactiviteiten?

Vorig jaar zijn heel wat wijzigingen aangebracht aan de fiscale regeling rond kinderopvang.
Sinds begin 2005 is de fiscale aftrek van de uitgaven voor kinderopvang verruimd tot kinderen tot 12 jaar. Voordien gold dit alleen voor kinderen tot 3 jaar.
Bovendien werd vastgesteld dat er een ongelijkheid bestond tussen Vlaanderen en Wallonië m.b.t. de erkenning van de verschillende situaties waarin kinderen tussen drie en twaalf jaar worden opgevangen buiten het strikte schoolse kader, zeker gedurende de schoolvakanties.
Teneinde die discriminatie weg te werken, wijzigde de federale overheid eind december 2005 haar fiscale wetgeving.
Een belangrijke wijziging - zeker wat de jeugdwerkinitiatieven en sportkampen/activiteiten betreft - is dat voortaan ook "onkosten voor kinderoppas betaald aan instellingen of opvangvoorzieningen die rechtstreeks erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd zijn door een openbaar bestuur", in aanmerking komen voor fiscale aftrek.

Aanvankelijk was het de optie van de federale overheid om slechts 50% van de uitgaven voor gespecialiseerde jeugd- en sportkampen in aanmerking te nemen als eigenlijke, aftrekbare opvangkosten. Dit onderscheid tussen bijzondere opvangactiviteiten en algemene kinderopvang werd eind 2005 echter niet langer aangehouden.
Bijgevolg kunnen de kosten voor opvang volledig worden ingebracht, ongeacht over welke “opvangactiviteit” het gaat. Er gelden weliswaar beperkingen met betrekking tot het maximaal aftrekbare bedrag.

Welke zijn de voorwaarden voor fiscale aftrek van kinderopvang?

  1. De uitgaven moeten gedaan zijn voor kinderen tot 12 jaar.
    Dit betekent dat alleen de uitgaven gedaan voor kinderopvang voor kinderen die de leeftijd van 12 jaar niet hebben bereikt in aanmerking komen. M.a.w., valt de twaalfde verjaardag van een kind midden in een periode van kinderopvang, dan tellen enkel de uitgaven voor de opvangdagen die de twaalfde verjaardag voorafgaan. Desgevallend mag het betaalde bedrag voor de opvang proportioneel verrekend worden.
    Voorbeeld: Een kind volgt een kamp van 3 tot en met 7 april. Totale kostprijs: 50 €, of 10 € per opvangdag. Het kind wordt 12 jaar op 5 april. Enkel de kost van 3 en 4 april komen voor fiscale aftrek in aanmerking, m.a.w. 20 €
  2. De belastingplichtige die de opvangkosten aftrekt, moet zelf een beroepsinkomen genieten.
    Het gaat immers om een vermindering van het belastbare inkomen. 
  3. De kinderen waarvoor men opvangkosten aftrekt, moeten fiscaal ten laste zijn van de belastingplichtige
  4. De uitgaven voor kinderopvang zijn door de belastingplichtige betaald aan instellingen of opvangvoorzieningen die worden erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door lokale openbare besturen of openbare besturen van de gemeenschappen of van de gewesten, of aan deze besturen zelf.
  5. De echtheid en het bedrag van de uitgaven moet gestaafd worden door bewijsstukken.

Welk bedrag komt in aanmerking voor deze aftrek?

Het bedrag van de kinderopvang in de sport- en jeugdwerksector kan voor 100% worden ingebracht. Maar, alleen de eigenlijke oppaskosten zijn aftrekbaar. Eventueel aangerekende kosten voor maaltijden, voor sportkledij of uniform, sportmateriaal, … komen niet in aanmerking.

Belangrijk hierbij is dat in elk geval het maximaal aftrekbare bedrag beperkt is tot 11,20 € per opvangdag per kind. Dit bedrag geldt per opvangdag, ongeacht de duur van de opvang.  

Voorbeelden:

  • Een kind volgt een kamp van 5 dagen met een kostprijs van 100 €.  Het bedrag dat voor aftrek in aanmerking komt, bedraagt in dit geval: 5 dagen x 11,20 € = 56 €  en dus niet 100 €.
  • Een kind volgt een kamp van 5 dagen met een kostprijs van 50 € ( 5 x 10 €/dag). In dit geval overschrijdt de kostprijs het maximaal begrensde bedrag van 11,20 €/dag/kind niet en kan de volledige kostprijs van 50 € voor aftrek in aanmerking komen.

Er kunnen verschillende opvangkosten op één dag in aanmerking komen. Uiteraard blijft ook hier het maximaal bedrag per opvangdag en per kind van toepassing. 

Voorbeeld:

  • Een kind volgt in de voormiddag een sportinitiatie met een kostprijs van 4 € en in de namiddag een grabbelpas-activiteit van de jeugddienst, kostprijs 3 €. De totaal betaalde prijs van 7 € komt voor aftrek in aanmerking. Wanneer het om twee verschillende organisatoren (opvangvoorzieningen) gaat, zijn wel twee attesten nodig.

Er staat geen beperking op het aantal opvangdagen per jaar dat voor aftrek in aanmerking komt. 

Welke activiteiten/opvangkosten komen in aanmerking voor fiscale aftrek?

Het moet gaan om opvangactiviteiten die buiten de normale lesuren vallen tijdens dewelke het kind onderwijs volgt en dit voor kinderen beneden de 12 jaar.

Buiten de normale lesuren betekent dat het om initiatieven gaat, die plaatsvinden tijdens de schoolvakanties, in de weekends, maar ook om opvanginitiatieven vóór de aanvang van de lessen, gedurende de middagpauze en na de normale lesuren.
Als opvangactiviteiten komen alle vrijetijdsinitiatieven in aanmerking, behalve diegene die gedekt worden door lidgeld. Met deze verruiming van 27 december 2005 wou de wetgever elke discriminatie voorkomen en alle vormen van kinderopvang erkennen, ook al zijn ze door de organisator initieel niet als kinderopvang bedoeld, maar worden ze door de ouders wel als een vorm van opvang gezien.

Voor de sportsector zijn dit bijvoorbeeld sportkampen en sportvakanties in binnen- en buitenland, sportactiviteiten zoals kennismakingsactiviteiten, promotionele acties, …
Voor de jeugdwerksector zijn dit bijvoorbeeld jeugdwerkinitiatieven, jeugdkampen, weekends van jeugdbewegingen, Grabbelpas, Roefel, speelpleinwerking, (open) kinderateliers, alle vormen van amateuristische kunstbeoefening, vakantieprogramma’s van landelijk georganiseerde jeugdverenigingen die rechtstreeks met kinderen werken, …

Uitgesloten activiteiten
Het lidgeld van de sportclub of de jeugdvereniging wordt uitdrukkelijk uitgesloten als opvangkost.
Dit betekent dat activiteiten behorende tot de gewone werking van sportclubs en jeugdorganisaties zoals bvb trainingen, tornooien, wedstrijden, de reguliere zaterdag- en zondagwerking van de jeugdbeweging, … niet in aanmerking komen, ook al gebeuren deze in de schoolvakanties.

Wie kan de opvangvoorziening (organisator) zijn?

De sportsector

Het gaat om opvangkosten betaald aan overheden die de opvangactiviteiten zelf organiseren, nl. de gemeenten (gemeentelijke sportdiensten), de provincies (provinciale sportdiensten), de Vlaamse Gemeenschapscommissie (sportdienst van de VGC) en het Bloso.
Voor de privaatrechtelijke vzw’s en de feitelijke verenigingen, voor gemeentelijke en provinciale vzw’s, autonome gemeentebedrijven, … wordt de fiscale aftrekmogelijkheid gekoppeld aan één of andere vorm van erkenning, subsidiëring of controle door de lokale of regionale overheid. Dit betekent dat het gaat om opvangkosten betaald aan: 

  • de door de Vlaamse overheid erkende Vlaamse sportfederaties, koepelorganisatie en organisaties voor sportieve vrijetijdsbesteding; 
  • de door de provincies erkende provinciale sportorganisaties; 
  • de door de gemeenten erkende sportclubs.

De lokale en regionale besturen zijn autonoom bevoegd om respectievelijk sportclubs en provinciale sportorganisaties te erkennen in het kader van deze regelgeving. De lokale en regionale besturen bepalen hiervoor zelf de regels.

Bewijsstukken/Attesten

De belastingplichtige moet de echtheid en het bedrag van de betaalde opvangkosten staven met bij de aangifte gevoegde bewijsstukken. Voor de bewijsstukken geldt er geen vormvereiste.
Om een te grote verscheidenheid van documenten te vermijden heeft de federale overheid op 2 februari 2006 een typeattest ter beschikking gesteld. Het verdient aanbeveling dit typeattest te gebruiken. Op die manier zijn alle voor de federale overheid noodzakelijke gegevens voorhanden en zijn in principe geen bijkomende bewijsstukken nodig. 

Praktisch: Hieronder vindt u een kant en klaar voorbeeld van een begeleidende brief, die u als sportdienst kunt versturen naar de ouders wier kind(eren) een sportactiviteit(en) heeft/hebben bijgewoond, samen met een voorbeeldattest, dat is opgesteld voor de periode van een jaar door een gemeentelijke vzw, én bijhorende bijlage waarnaar wordt verwezen vanuit het attest: 

Belangrijk: de Federale Overheidsdienst Financiën is zich bewust van de problemen die deze laat gepubliceerde uitbreiding van het toepassingsgebied meebrengt en zal zich dan ook soepel opstellen voor wat betreft de opmaak van de fiscale attesten met betrekking tot het kalenderjaar 2005. Dit houdt in dat voor de aangifte in de personenbelasting van inkomsten 2005 (aanslagjaar 2006) ook de voorheen door jeugd gepubliceerde attesten aanvaard zullen worden, ook al corresponderen ze niet volledig met het huidige attest.

Het is de opvangvoorziening of de organisator zelf die de ingevulde attesten zal moeten bezorgen aan de belastingplichtige.
In principe moet dit gebeuren op vraag van de belastingplichtige zelf. Deze kan voor alle activiteiten die niet gedekt zijn door een lidgeld een attest opvragen.
Een organisator kan zelf afwegen voor welke activiteiten het ‘pro-actief’ attesten opmaakt die bijvoorbeeld na afloop van de activiteit worden afgegeven. Dit lijkt bijvoorbeeld aangewezen bij meerdaagse activiteiten zoals jeugd- of sportkampen. Ingeval de betaling heeft plaatsgevonden vóór de opvangactiviteit, kan het attest voor een welbepaalde opvangactiviteit evenwel slechts vanaf de laatste dag van de opvangactiviteit worden uitgereikt. Het kan immers gebeuren dat een betaling is uitgevoerd maar dat het kind niet aan de opvangactiviteit heeft deelgenomen. In dit geval van niet-deelname kan de betaling uiteraard niet als een uitgave voor kinderopvang worden aangemerkt omdat er geen opvang heeft plaatsgevonden. Hetzelfde geldt voor toeslagen die eventueel aan belastingplichtige worden aangerekend, bijvoorbeeld in geval van afwezigheid zonder verwittiging of bij laattijdige verwittiging.

Goede afspraken met de ouders voor welke activiteiten wel of niet pro-actief attesten meegegeven worden, kunnen veel lastige vragen vermijden.

In beginsel is de uiterste datum van uitreiking 1 maart 2006. Die datum is echter niet in de wet opgenomen. Deze termijn wordt verlengd tot 30 april 2006. In de praktijk komt het erop neer dat de attesten moeten afgeleverd zijn vóór het moment dat de ouders hun aangifte in de personenbelasting aanslagjaar 2006, inkomsten 2005, zullen moeten indienen.

Toelichtingen voor het invullen van het modelattest

Het attest bestaat uit twee vakken: 
 

  • Vak I wordt ingevuld door de overheid die de erkenning verleent. 
    Voor opvangactiviteiten die worden georganiseerd door aan de gemeente, provincie of VGC verbonden organisaties (zoals bvb. gemeentelijke en provinciale vzw’s, autonome gemeentebedrijven, …) of die door sportclubs of provinciale sportstructuren worden georganiseerd, is een erkenning van respectievelijk de gemeentelijke overheid, provinciale overheid of de VGC noodzakelijk opdat ze een attest aan de belastingsplichtige kunnen bezorgen. De gemeente, provincie of VGC bepaalt voor die erkenning autonoom de regels.
    U bezorgt in dat geval aan deze erkende organisaties een exemplaar van het attest waarbij u als erkennende overheid Vak I invult. De desbetreffende organisaties kunnen dat exemplaar dan naar believen kopiëren.
  • Vak II wordt ingevuld door de organisator zelf, die al de gegevens m.b.t. de eigenlijke aftrek van de kosten voor kinderopvang moet invullen en verantwoordelijk is voor de echtheid ervan, m.a.w. door het jeugdwerkinitiatief, de jeugdvereniging, de sportfederatie, de sportclub. Alle gegevens dienen correct te worden ingevuld, zoniet verliest het attest zijn bewijswaarde.

Wanneer de opvang rechtstreeks aan één van de lokale of regionale overheden betaald wordt, moet alleen Vak II worden ingevuld.


Vak II van het attest bevat volgende gegevens m.b.t. de opvang:   

 
  • Volgnummer
    Het attest dient genummerd te zijn. Het nummer kan bestaan uit cijfers, letters en woorden.
  • Naam, voornaam en adres van de schuldenaar van de uitgaven voor kinderopvang
    Alleen wie de uitgaven heeft betaald heeft recht op fiscale aftrek van de opvangkosten. Op het attest moeten dus de naam en het adres van de schuldenaar, dit is de persoon die de opvang heeft betaald, vermeld worden. Indien de naam van de schuldenaar niet is gekend, dan moet deze rubriek doorstreept worden. In dat geval valt de bewijslast hiervan bij de schuldenaar zelf.
  • Naam en voornaam van het kind
    Spreekt voor zich.
  • Geboortedatum van het kind
    De jeugdvereniging/sportorganisatie mag geen attest uitreiken voor kinderen die 12 jaar of ouder zijn. De opvangorganisatie moet hierop toezien. 
  • Periode waarin het kind is opgevangen
    Een organisatie mag zelf de perioden afbakenen, bij opvang die gedurende het volledige jaar georganiseerd wordt, kan deze periode zelfs van 1/1/2005 tot 31/12/2005 lopen. Bij opvang tijdens de schoolvakanties worden dan de periodes van die schoolvakanties vermeld. Eventueel kan de afbakening afhangen van de verschillende tarieven die in de verschillende perioden gelden. Deze afbakening kan ofwel via verschillende attesten ofwel op hetzelfde attest.
  • Aantal opvangdagen
    In principe moet hier gewoon het aantal dagen worden vermeld waarvoor onkosten werden betaald en waarvoor effectief opvang is gebeurd, ongeacht de duur per dag. Ingeval een kind niet deelneemt aan een opvangactiviteit, maar er toch een bedrag werd betaald, mogen de dagen waarop het kind afwezig was niet op het attest worden vermeld. In deze situatie wordt het betaald bedrag immers niet als een uitgave voor kinderopvang aangemerkt.
  • Dagtarief
    Het dagtarief moet enkel worden vermeld wanneer het betaald bedrag per dag 11,20 EUR overschrijdt. Bij overschrijding van voormelde grens van 11,20 EUR per dag moeten alle toegepaste dagtarieven worden vermeld, ook al zijn sommige lager dan 11,20 EUR. Bovendien zal dan ook per dagtarief het aantal opvangdagen moeten worden vermeld. De belastingplichtige zal vervolgens aan de hand van het attest zelf de beperking van 11,20 EUR per dag moeten berekenen en dit beperkt bedrag in zijn aangifte in de personenbelasting moeten vermelden. Diegene die het attest opstelt, mag dus geenszins automatisch het bedrag beperken in plaats van de belastingplichtige.
    Voor kampen waarvoor een globale prijs voor het kamp wordt betaald, wordt het dagtarief berekend door de globale prijs voor het kamp te delen door het aantal dagen van het kamp. 
  • Totaal ontvangen bedrag
    Dit is het totale bedrag dat deze organisatie heeft ontvangen voor de opvang van dit kind.
  • Het attest moet ondertekend worden door de gemachtigde van de organisatie.
    Men vraagt datum, naam, hoedanigheid en handtekening. Dit moet met de nodige ernst gebeuren. Men moet kunnen achterhalen wie voor de vereniging heeft getekend, en wat diens functie is in de organisatie. Een onleesbaar krabbeltje of een voornaam volstaat dus niet.
  • Naam en volledig adres van … het lokale openbaar bestuur, het openbaar bestuur van de gemeenschap of gewest.
    Dit dient enkel ingevuld te worden wanneer rechtstreeks aan een openbaar bestuur is betaald en vak I niet is ingevuld.

 

FAQ's sportkampen

De lokale en regionale besturen zijn, binnen de hun toegekende bevoegdheden, autonoom bevoegd om sportclubs en sportorganisaties te erkennen in het kader van de fiscale aftrekbaarheid van kinderopvang. De lokale en regionale besturen dienen hiervoor de regels vast te leggen.
Uiteraard moet deze erkenning, subsidiëring of controle kaderen binnen de in art. 104, 7° en 113 WIB 92 voorziene opvang van kinderen en verband houden met de opvang van kinderen en daar ook effectief op gericht zijn.
In het voorjaar 2006 werden een aantal vragen, ontvangen van diverse gemeenten en sportclubs, voorgelegd aan de fiscale administratie. Hieronder vindt u de antwoorden. Zij dienen evenwel te worden gelezen en gekaderd binnen de vernoemde algemene richtlijnen.

  • Meer permanente lessenreeksen georganiseerd door de gemeenten, waarbij meestal voor de volledige lessenreeks dient betaald te worden
    • Vraag
      Wij worden geconfronteerd met vragen van gemeenten of meer permanente lessenreeksen georganiseerd door de gemeente in aanmerking komen voor fiscale aftrekbaarheid van kinderopvang.
      Het gaat om sportlessen die 1 tot 3 keer per week door de gemeente worden georganiseerd, onder diverse benamingen zoals lessenreeksen, sportacademie, gemeentelijke (omni)sportclub, …
      Er dient ingeschreven en betaald te worden voor de volledige lessenreeks, die soms een half tot het volledige sportseizoen loopt. De betaling wordt soms lidgeld, soms inschrijvingsgeld, soms lesgeld, … genoemd.
      Er kan vaak niet per les ingeschreven / betaald worden.

      Aangezien deze geregelde sportbeoefening zeer dicht bij een gewone clubwerking ligt, waarvan de sportbeoefening gedekt wordt door het lidgeld en deze sportbeoefening niet in aanmerking komt voor fiscale aftrekbaarheid van kinderopvang, werd de vraag van de gemeenten aan de fiscale administratie gesteld.
    • Antwoord
      De fiscale administratie bevestigt in haar antwoord nogmaals dat het lidgeld van een sportclub, jeugdbeweging, enz. inderdaad uitdrukkelijk wordt uitgesloten als opvangkost. Het louter feit dat men aansluit bij een club en daarvoor "lidgeld" betaalt, kadert immers niet in de doelstellingen van de artikelen 104, 7°, en 113, WIB 92.
      Wanneer een gemeente evenwel een volledige lessenreeks organiseert en daarvoor desgevallend inschrijvingsgeld of lesgeld voor de volledige lessenreeks vraagt, dan kan deze uitgave, voor zover aan alle ter zake geldende voorwaarden is voldaan, wel als een aftrekbare uitgave voor kinderopvang worden aangemerkt.
  • Buitenlandse organisatie
    • Vraag
      Wij kregen van een grensgemeente de vraag of ze een buitenlandse organisatie (zetel en werking in het buitenland) kunnen erkennen voor de regelgeving i.v.m. de fiscale aftrekbaarheid van uitgaven voor de opvang van kinderen tijdens sportactiviteiten/jeugdwerkactiviteiten. De enige link met de Vlaamse gemeente is dat deze buitenlandse organisatie kinderen uit die Vlaamse gemeente opgevangen had.
    • Antwoord
      De fiscale administratie antwoordt dat een grensgemeente, voor zover dit mogelijk is binnen de haar toegekende bevoegdheden, een buitenlandse opvangvoorziening kan erkennen.
      De fiscale wetsartikelen eisen niet dat de opvangvoorziening in België moet zijn gehuisvest.
  • Commerciële organisaties
    • Vraag 
      Kan een commerciële onderneming erkend worden voor kinderopvang?
    • Antwoord
      In de circulaire dd. 20.07.2006 over fiscale aftrekbaarheid worden commerciële ondernemingen vermeld onder de rubriek: niet-bedoelde opvangvormen. De erkenning, subsidiëring of controle door de lokale openbare besturen of de openbare besturen van de gemeenschappen of van de gewesten dient te gebeuren binnen de hen toegekende bevoegdheden. Bovendien moet deze erkenning, subsidiëring of controle betrekking hebben op de opvang van kinderen. Commerciële ondernemingen, zoals bijvoorbeeld binnen- en buitenspeeltuinen, fitnesscentra, reisbureaus, worden in principe niet beoogd voor de toepassing van deze maatregel.

Zelfstandigen in bijberoep

  • Vraag
    Een andere vraag waarmee gemeenten geconfronteerd worden, betreft zelfstandigen in bijberoep die sportkampen organiseren.
    Kan de gemeente hen volgens eigen autonome regels erkennen?
  • Antwoord
    De fiscale administratie antwoordt dat de gemeente, voor zover dit mogelijk is binnen de haar toegekende bevoegdheden, zelf moet beslissen of zij een zelfstandige (al dan niet in bijberoep) als een opvangvoorziening erkent.

Meer informatie

Contactpersonen

Lien Van Belle   03/780.91.07 lien.vanbelle@isbvzw.be

ISB vzw - powered by lithium