VLAREM-actualisatietrein

In het Belgisch Staatsblad van 27 januari 2009 verscheen het Besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008 met aanpassingen en wijzigingen van VLAREM die kracht van wet hebben vanaf 1 maart 2009.

 

Wat verandert er voor de zwembaden?

  • De gewijzigde VLAREM bevat een beperkt aantal wijzigingen van de indelingslijst;
  • De sectorale voorwaarden voor zwembaden wordt gewijzigd inzake het toezicht in het algemeen en toezicht bij duikactiviteiten in het bijzonder;
  • In overdekte baden zijn er nieuwe en duidelijker regels voor de vochtigheidsgraad van lucht;
  • In openluchtbaden gelden strengere hygiënebepalingen en wordt de rondpompcapaciteit nauwkeuriger vastgelegd;
  • In hot whirlpools zijn er strengere normen voor het bicarbonaatgehalte;
  • In open zwemgelegenheden moeten voortaan tussen begin mei en einde september watercontroles uitgevoerd worden;
  • Er zijn minder strenge regels voor het sanitair in open zwemgelegenheden waarin enkel duiksport wordt beoefend.

Hieronder vindt u een gedetailleerd overzicht van de wijzigingen.


Wijzigingen aan VLAREM I

Toevoeging nieuwe watersportactiviteiten aan de indelingslijst

Voor circulatiebaden al dan niet overdekt, hot whirlpools, dompel- en therapiebaden (rubriek 32.8.1) verandert er niets.

 

Voor "open zwemgelegenheden" in vijvers, meren enz. worden volgende wijzigingen van kracht:

Samenvattend: in vijvers, meren e.d. waar enkel jetski wordt beoefend - waarvoor tot op heden geen vergunning was vereist - moet hiervoor nu een vergunning in klasse 2 aangevraagd worden.

Open zwemgelegenheden waar wordt gezwommen en gedoken vallen met de nieuwe indeling in klasse 3 en dus niet meer onder de controlebevoegdheid van Toezicht Volksgezondheid. Dit betekent niet dat open zwemgelegenheden buiten elke controle zouden vallen: het Besluit van de Vlaamse Regering van 21 maart 2008 regelt het Toezicht door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) en de uitbater is volgens de nieuwe bepalingen van de VLAREM-actualisatietrein bovendien verplicht tijdens en voor het badseizoen controles te laten uitvoeren.

 

Wijzigingen aan VLAREM II

Wijzigingen van de toezichtsregel

 

Volgend artikel werd toegevoegd:
Art. 5.32.9.1.5.
In afwijking van de in de afdeling 5.32.9 vastgestelde specifieke voorwaarden inzake toezicht en redders, maar onverminderd de voorwaarden inzake het maximum toegelaten aantal baders, geldt voor zwembaden met inbegrip van open zwemgelegenheden in meren en vijvers die niet gebruikt worden als instructiebad :
1° ofwel met maximaal 1,40 meter diepte en met een wateroppervlakte van maximaal 200 m5;
2° ofwel met maximaal 1,40 meter diepte en met een wateroppervlakte van meer dan 200 tot en met maximaal 500 m5 en de vorm van het bad zo is dat dit volledig in het gezichtsveld ligt van één persoon;
de voorwaarde dat de baders onder rechtstreeks en constant toezicht staan van ten minste :
- in de voornoemde situatie 1° : één persoon die in het bezit is van hetzij een basisreddersbrevet van het BLOSO, hetzij van een ander gelijkwaardig getuigschrift goedgekeurd door het BLOSO, of hetzij van een EHBO-brevet afgeleverd door een gemachtigde instelling voor het inrichten van de cursussen EHBO;
- in de voornoemde situatie 2° : naargelang het maximum aantal baders 94, 144 of 194 bedraagt, één, twee respectievelijk drie personen die elk in het bezit zijn van hetzij een basisreddersbrevet van het BLOSO, hetzij van een ander gelijkwaardig getuigschrift goedgekeurd door het BLOSO, of hetzij van een EHBO-brevet afgeleverd door een gemachtigde instelling voor het inrichten van de cursussen EHBO.

 

Deze nieuwe regel komt bovenop de bestaande toezichtregels: de formule (zie verder) en het toezicht met of zonder een toezichtplan.

In baden die dieper zijn dan 1,40 m verandert er niets. Voor de meeste wedstrijdbaden is dit artikel dus van geen belang.

Voor zwemgelegenheden met een maximale waterdiepte van 1,40 m is er een verschil tussen baden die nergens dieper zijn dan 0,50 m en baden met een waterdiepte tussen 0,50 en 1,40 m. Voor deze laatste groep heeft men vanaf heden drie regels om het aantal toezichthouders te berekenen: de bestaande formule (aantal baders / 50 + 1), de regeling met een toezichtplan en de nieuwe bepaling. Samengevat komt dit neer op volgende situatie (tabel):

Voorbeeld (onderstaande voorbeelden hebben betrekking op bassins die nergens dieper zijn dan 1,40 m!)

1. Bassin van 200 m2 wateroppervlakte met 60 bezoekers in de zwemhal (= baders + personen op de kade).
Volgens de bestaande regeling met toezichtplan is 1 hoger redder vereist en zonder toezichtplan 1 hoger redder + 1 toezichthoudende persoon.

Met de nieuwe regeling volstaat 1 basisredder of 1 redder met EHBO-brevet.

 

2. Bassin van 400 m2 wateroppervlakte met volle bezetting = maximaal 133 baders (3 m2 per bader).
Zonder toezichtplan zijn er volgens de formule 3 toezichthouders nodig d.w.z. 2 hoger redders en 1 toezichthoudende persoon; met een toezichtplan volstaat 1 hoger redder en 1 toezichthoudende persoon.
Met de nieuwe bepaling volstaan 2 basisredders of 2 redders met een EHBO-brevet.

 

Relatieve vochtigheid in een zwemhal


In artikel 5.32.9.2.1, § 7 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
In de zwemhal heerst er een maximale relatieve vochtigheid zonder dat deze evenwel hoger mag zijn dan 65%, gemiddeld gemeten over de hele ruimte.

 

De voorwaarde dat de lucht ten minste één graad Celsius warmer moest zijn dan de watertemperatuur van het bassin met het grootste wateroppervlak vervalt.

Toezicht bij duikactiviteiten


Aan artikel 5.32.9.2.2 wordt een § 3quater, aan artikel 5.32.9.3.2 een § 3ter en aan artikel 5.32.9.8.1 van hetzelfde besluit wordt een § 3 toegevoegd die luidt als volgt:

Een leerkracht, trainer, lesgever of begeleider van duikactiviteiten in het zwembad, kan een lesgeefactiviteit combineren met de functie van toezichthoudende persoon onder de volgende voorvaarden:
1° de duikers staan onder constant toezicht van ten minste één persoon. Dit toezicht is aangepast aan de beoefende duikdiscipline;
2° bij het beoefenen van de duiksport wordt nooit alleen gedoken.


Een leerkracht, trainer, lesgever of begeleider van duikactiviteiten in het zwembad, kan een lesgeefactiviteit combineren met de functie van toezichthoudende redder onder de volgende voorwaarden:
1° de duikers staan onder constant toezicht van ten minste één persoon. Dit toezicht is aangepast aan de beoefende duikdiscipline;
2° bij het beoefenen van de duiksport wordt nooit alleen gedoken;
3° hij/zij is in het bezit van het Hoger Reddersbrevet van het BLOSO of het brevet Duiker Redder van het BLOSO of van een ander gelijkwaardig getuigschrift goedgekeurd door het BLOSO;
4° de redders worden ten minste éénmaal per jaar geoefend in redding- en reanimatietechnieken; het bewijs van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie; deze bijscholing moet erkend zijn door het BLOSO.

Deze artikels laten ruimte voor interpretatie. De interpretatie die in de geest van de gedachtegang van Vlarem ligt, en die de afdeling Toezicht Volksgezondheid ook volgt is: er dient een toezichthoudende persoon langs de kant te staan, dus niet in het zwembadwater, terwijl de redder/lesgever in het zwembadwater aanwezig is.

Voetwaadbak of voetsproeiers en douche verplicht in openluchtbaden


In artikel 5.32.9.3.1 wordt de volgende wijziging aangebracht:
aan § 3 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
De exploitant verbiedt de baders de toegang tot het zwembad en de kades indien deze niet eerst door een voetwaadbak of langs voetsproeiers en door een stortbad zijn gegaan.

 

Aan de exploitant wordt de keuze gelaten tussen voetwaadbakken en voetsproeiers. Voetwaadbakken moeten doorlopend gevuld zijn met vers behandeld zwembadwater dat ten minste om de 10 minuten wordt ververst en het vervuilde water wordt geloosd of afgevoerd naar waterbehandelingsinstallatie.

Rondpompcapaciteit van kleine openluchtbaden


In artikel 5.32.9.3.1 wordt de volgende wijziging aangebracht:
in § 7 wordt punt 6° vervangen door wat volgt :
De circulatiepompen kunnen ten minste een cyclusduur van 4 uur aan. Het water uit een groot bad wordt minimum om de 4 uur volledig behandeld (turnover = 4 uur); voor een bad met een capaciteit van 100 m3 of lager is de turnover maximaal 2 uur. De controle van deze turnover gebeurt met een efficiënte debietmeter die achter de filtreerinstallatie wordt geplaatst in de deelstroom van elk bad en een doseerstop beveelt bij een daling van het debiet tot minder dan 40 % van het normale.

Gewijzigde voorwaarden voor hot whirlpools


In artikel 5.32.9.4.2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- in de tabel onder § 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in punt a) wordt voor de parameter bicarbonaat de grenswaarde « 60 » vervangen door « ≤ 40 en richtwaarde ≥ 60»;
b) in punt b) wordt het woord « Legionella pneumophilia » vervangen door « Legionella pneumophila » en de grenswaarde « 0 » vervangen door « niet aantoonbaar »;
- in § 3, derde lid, worden de woorden « drinkwater. Een kopie » vervangen door de woorden ″drinkwater. De analyses specifiek voor Legionella pneumophila gebeuren door een specifiek hiervoor erkend laboratorium. Een kopie".

Watercontroles in open zwemgelegenheden


In artikel 5.32.9.8.2 wordt § 3 vervangen door wat volgt :
§ 3. Tijdens de week die het badseizoen voorafgaat en verder ten minste om de 14 dagen tijdens dit seizoen, wordt op kosten van de exploitant een bacteriologisch onderzoek op een representatief staal van het zwemwater uitgevoerd door een laboratorium erkend voor de analyse van drinkwater. Dit bacteriologisch onderzoek dient minimaal uitgevoerd te worden vanaf 1 mei tot en met 30 september. Een dubbel van deze analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks aan de gezondheidsinspecteur gezonden.

Afwijking voor de sanitaire installaties in open zwemgelegenheden waarin uitsluitend duiksport wordt beoefend


Aan artikel 5.32.9.8.6 wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt:
De voorwaarden van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn niet van toepassing indien in de vijver of waterloop enkel de duiksport wordt beoefend.

 

Dit betekent dat in vijvers of waterlopen waar enkel duiksport wordt beoefend voortaan geen EHBO-lokaal en omkleedkabines, toiletten en stortbaden met warm water voorzien moeten worden.

Meer informatie

Contactpersonen

Marjolein Van Poppel   03 780 91 06 marjolein.vanpoppel@isbvzw.be

ISB vzw - powered by lithium