De EU-instellingen en hun betrokkenheid met sport

De EU werkt met beleidsperiodes van 7 jaar. De huidige beleidsperiode loopt van 1 januari 2014 tot 31 december 2020. Sport maakt in die beleidsperiode 2014-2020 voor het eerst formeel deel uit van het EU-beleid.

 

De opmaak van het EU-sportbeleid 2014-2020 is vnl. een samenwerking tussen 3 EU-instellingen, waarbij een ruime waaier van andere actoren worden geconsulteerd of betrokken:



  • De Raad van de Europese Unie

    De Raad van de EU (ook wel de Raad van Ministers of kortweg de Raad genoemd) oefent samen met het Europees Parlement de wetgevingstaak en de begrotingstaak uit. Ook oefent de Raad sommige beleidsbepalende en -coördinerende taken uit en zorgt ze voor de politieke en economische samenwerking tussen de lidstaten.

     

    De Raad bestaat uit 1 vertegenwoordiger per lidstaat op ministerieel niveau, die gemachtigd is zijn regering te binden.

     

    Formeel is er slechts 1 Raad, maar de samenstelling tijdens haar zittingen wisselt afhankelijk van de te behandelen onderwerpen. De volgende formaties komen het meest voor:

    • Algemene Zaken en Buitenlandse Betrekkingen
    • Economische en Financiële Zaken
    • Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Gezondheid en Consumentenbescherming
    • Justitie en Binnenlandse Zaken
    • Concurrentievermogen (Interne Markt, Industrie en Onderzoek)
    • Vervoer, Telecommunicatiemiddelen en Energie
    • Landbouw en Visserij
    • Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport

     

    Het voorzitterschap van de Raad ligt per toerbeurt van 6 maanden in handen van een van de lidstaten. Sedert enige jaren wordt de Raad gecoördineerd door het trio van de vorige, de huidige en de volgende voorzitter.

     

    Voor gewest- en gemeenschapsbevoegdheden (zoals voor sport) wordt er via beurtrol één minister afgevaardigd voor België, die dan de belangen van de 3 gewesten en/of de 3 gemeenschappen vertegenwoordigt.

     

    Tijdens haar zesmaandelijks voorzitterschap bepaalt elke lidstaat haar accenten, ook op vlak van de sport.

     

    De ‘Raad van de EU’ mag niet verward worden met de ‘Raad van Europa’. De ‘Raad van de EU’ telt 28 leden en is een instelling van de Europese Unie, net zoals de EU Commissie en het EU Parlement. De ‘Raad van Europa’ telt 47 leden en is een gewone internationale verdragsorganisatie.

  • De Europese Commissie

    De Europese Commissie is het uitvoerend orgaan van de Europese Unie.

     

    Ze is verantwoordelijk voor het indienen van wetsvoorstellen, het beheren van de EU-begroting, het handhaven van het EU-recht (in samenwerking met het Hof van Justitie), en het vertegenwoordigen van de EU op internationaal niveau.

     

    De Europese Commissie is het best te vergelijken met wat bij ons de regering is.

     

    De voorzitter en de leden van de Commissie worden door de lidstaten benoemd na goedkeuring door het Europees Parlement.

     

    De Europese Commissie heeft 33 DG’s (Directory Generals) met telkens aan het hoofd een Europees Commissaris. De rol van een Europees Commissaris valt het best te vergelijken met wat bij ons de rol van een minister is. De taken van een ‘DG’ zijn vergelijkbaar met de taken van een ministerieel kabinet en de ministeries of departementen.

     

    De Directory General Education and Culture (DG EAC) is verantwoordelijk voor de uitvoering van het Europees beleid op vlak van on onderwijs, vorming, cultuur, jeugd, talen en sport. Specifiek voor en lichaamsbeweging is er binnen de DG EAC de Unit Sport.

     

    Het Education, Audiovisual and Culture Executive Agency (EACEA) is verantwoordelijk voor het beheer van onder andere het sportprogramma van Erasmus+.

  • Het Europees Parlement

    Het Europees Parlement (EP) is de rechtstreeks verkozen volksvertegenwoordiging van de Europese Unie. Hiervoor vinden 1 keer per 5 jaar de Europese verkiezingen plaats in de diverse lidstaten.

     

    Het EP deelt samen met de Raad van de EU de wetgevende macht van de EU. Het kan Europese wetten (richtlijnen, verordeningen en besluiten) aannemen, wijzigen of verwerpen.

     

    In tegenstelling tot de meeste andere gekozen parlementen van de EU-lidstaten, heeft het Europees Parlement evenwel géén initiatiefrecht bij het opstellen van wetten. Binnen de EU is dit de exclusieve bevoegdheid van de Europese Commissie, met uitzondering van een heel beperkt aantal beleidsdomeinen. Het parlement kan echter wel niet-bindende resoluties aannemen die de Europese Commissie aansporen een bepaald wetsvoorstel in te dienen.

     

    Het EP beslist ook samen met de Raad van de EU over de 7-jarige Europese begroting.

     

    Het CULT-Comité van het EP is binnen het EP verantwoordelijk voor onderwijs, cultuur, jeugd, sport en media.

     

    De comités van het EP hebben een gelijkaardige rol als deze van de parlementaire commissies van de meeste EU-lidstaten. De comités - waaronder het CULT-Comité - houdt ook regelmatig openbare hoorzittingen (‘hearings’) om kennis en expertise te verzamelen voor haar werkzaamheden.

     

    Het CULT-Comité is bevoegd voor:

    • De culturele aspecten van de EU
    • Het onderwijsbeleid van de EU
    • Het audiovisueel beleid en de informatiemaatschappij
    • Het jeugdbeleid
    • De ontwikkeling van een sportbeleid
    • Het vrijetijdsbeleid
    • Het voorlichtings-en mediabeleid
    • De samenwerking met niet-EU-landen, organisaties en instellingen op deze gebieden
    • Vlaanderen/België en het CULT-comité

     

    Verder is er in het Europees Parlement ook een ‘Intergroup on Sport’. Een ‘Intergroup’ is samengesteld door leden van het EP en is bedoeld om informeel van gedachten te wisselen over specifieke onderwerpen en het contact tussen de leden van het EP en de samenleving te vergroten. Een ‘Intergroup’ is geen formeel orgaan van het EP.

Contact

De Witte

Philippe De Witte
coördinator Active Local Europe
T 0485/19.83.43

  •  ShareDelen
  • Afdrukken