Verenigingswerk

Sportbegeleiders, scheidsrechters, juryleden ... kunnen sinds medio 2018 vergoed worden via het statuut verenigingswerk. In 2020 vernietigde het Grondwettelijk Hof de achterliggende wet. Vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 is er specifiek voor de sportsector een aangepaste wet inzake verenigingswerk. In de loop van 2021 wordt er gezocht naar een structurele oplossing.

 

De info op deze pagina is gebaseerd op de wettekst zoals ze werd aangenomen door de commissie sociale zaken.

 

Deze wetgeving reikt een instrument aan om een antwoord te geven op de grijze zone tussen de onkostenvergoeding in het kader van vrijwilligerswerk en verloning in het kader van professionele arbeid.

 

Bijverdienen versus vrijwilligerswerk en professionele arbeid

 

Verenigingswerk heeft een andere finaliteit dan vrijwilligerswerk en professionale arbeid. Het vrijwilligerswerk is een zeer waardevol en essentieel onderdeel van de sportsector en dit statuut mag geen afbreuk doen aan vrijwillig engagement en het eventueel voorzien van een onkostenvergoeding voor vrijwilligers.

 

Daarnaast moet het de ambitie zijn en blijven van de sportsector om verder te professionaliseren en waar mogelijk te gaan voor volwaardige jobs en zo duurzaam te professionaliseren. Bovendien staat het streven naar kwaliteitsvolle begeleiding los van het statuut waarin men als sportbegeleider actief is en moet via diverse instrumenten (subsidie, opleiding, campagnes, ondersteuningsbeleid ...) hier steeds aan gewerkt worden.

 

Het verenigingswerk kan mogelijks wel een antwoord bieden op het oneigenlijk gebruik van de onkostenvergoeding voor vrijwilligers en een opstap zijn naar professionele arbeid in de sportsector. Bovendien kan het een instrument zijn voor een transparantere en gerichte vergoeding van semi-professionele activiteiten in de sportsector binnen een algemeen kwaliteitsbevorderingsbeleid.



  • Voorwaarden voor verenigingswerk

    Ook lokale besturen kunnen verenigingswerkers inzetten

    Verenigingen, maar ook openbare besturen, vooral uit de lokale sector, treden vaak op als organisator van sportinitiatieven. Als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, dan kunnen personen die binnen deze context in hun vrije tijd diensten verrichten hiervoor op een wettelijke manier vergoed worden.

     

    Hou er wel rekening mee dat verenigingswerk niet mag ter vervanging van een personeelslid en dat er beperkingen zijn voor de combinatie met vrijwilligerswerk (zie verder).

     

    Welke organisaties kunnen verenigingswerkers inzetten?

    • Publieke rechtspersonen (bv. lokaal bestuur) of private rechtspersonen die noch rechtstreeks noch onrechtstreeks enige vermogensvoordeel uitkeren of bezorgen aan de stichters, de bestuurders of enig andere persoon 
      bijvoorbeeld: lokaal bestuur, vzw, ...
    • Feitelijke verenigingen

    Wie kan verenigingswerker zijn?

    De regeling geldt enkel voor:

    • wie minstens 18 jaar oud is op het moment dat hij/zij verenigingswerk verricht.
    • personen die gewoonlijk en hoofdzakelijk een beroepsbezigheid uitoefenen als medewerker of zelfstandige (50% van een voltijdse tewerkstelling)* of gepensioneerd zijn .
      * Tussen 12 en 9 maanden voorafgaand aan de startdatum van het verenigingswerk

    Welke activiteiten?

    Hieronder volgen de voor verenigingswerk toegelaten activiteiten:

    • animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt;
    • sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden;
    • conciërge van sportinfrastructuur;
    • hulp en ondersteuning bieden op occasionele of kleinschalige basis op het vlak van het administratief beheer, het bestuur, het ordenen van archieven of het opnemen van een logistieke verantwoordelijkheid bij activiteiten in de sportsector;
    • hulp bieden op occasionele of kleinschalige basis bij het opstellen van nieuwsbrieven en andere publicaties (zoals websites) in de sportsector;
    • verstrekker van opleidingen, lezingen, en presentaties in de sportsector.

    Verplichtingen en limieten?

    • Een verenigingswerker kan maandelijks gemiddeld maximum 50 uren verenigingswerk verrichten. De gemiddelde maandelijkse duur van het verenigingswerk wordt beoordeeld per kwartaal.
    • Per jaar mag de vergoeding maximaal 6.000 euro bedragen. 
      Let op: deze vergoeding omdat ook alle vergoedingen die de terugbetaling van de kosten of verplaatsingen betreffen
    • Per maand is het maximumbedrag 500 euro.
    • Per uur bedraagt de vergoeding minimum 3,57 euro gekoppeld aan de spilindex. Voor 2021 is de minimumvergoeding 5 euro per uur.
    • Op de vergoeding van het verenigingswerk betaalt de organisatie 10% solidariteitsbijdrage aan de RSZ. De verenigingswerker betaalt 10% belasting op de inkomsten.

    Beperkingen?

    • Verenigingswerk is niet mogelijk bij je werkgever (tot 1 jaar na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst - m.u.v. pensionering, studentenarbeid, 25-dagen regeling)
    • Verenigingswerk bij dezelfde vereniging waar men in dezelfde periode vrijwilligerswerk doet is enkel mogelijk als het om verschillende activiteiten gaat én als de kostenvergoedingen in het kader van vrijwilligerswerk enkel reële kostenvergoedingen zijn.
    • Verenigingswerk mag niet ter vervanging van een personeelslid.
    • De huidige wet loopt tot 31 december 2021.


  • Administratieve verplichtingen bij verenigingswerk

    Overeenkomst

    • Uiterlijk op het ogenblik van de effectieve aanvang van het verenigingswerk sluiten de verenigingswerker en de organisatie een schriftelijke overeenkomst, die desgewenst elektronisch kan zijn.
    • Voor deze overeenkomst inzake verenigingswerk moet je verplicht de modelovereenkomst gebruiken die de wet als bijlage voorziet.
    • De maximale duur van de overeenkomst is één jaar.
    • De verlenging van een overeenkomst wordt beschouwd als een nieuwe overeenkomst, waarvoor dus een nieuwe elektronische aangifte moeten gebeuren.
    • Per kalenderjaar kunnen tussen dezelfde verenigingswerker en dezelfde organisatie maximum 3 al dan niet opeenvolgende overeenkomsten inzake verenigingswerk worden gesloten.

    • De overeenkomst kan om verschillende redenen geschorst worden (tijdelijke overmacht, moederschapsrust, ziekte of ongeval, bijzondere omstandigheden). Tijdens deze periode van schorsing krijgt de verenigingswerker geen vergoeding.
      Elk van de partijen behoudt de mogelijkheid om de overeenkomst te beëindigen.
      Bij opzegging door de verenigingswerker voor of tijdens de schorsing, loopt de opzeggingstermijn tijdens die schorsing. Bij opzegging door de organisatie voor of tijdens de schorsing, houdt de opzeggingstermijn op te lopen tijdens de schorsing.

    • Elke partij kan de overeenkomst beëindigen door opzegging. De kennisgeving van de opzegging moet het begin en de duur van de opzeggingstermijn vermelden en gebeurt via een aangetekende brief, door afgifte van een geschrift. De handtekening van de andere partij op het duplicaat geldt als bericht van ontvangst. De opzegging gaat in de dag volgend op de dag van de kennisgeving. Elke partij kan de overeenkomst zonder opzeggen of voor het verstrijken van de overeengekomen duur om dringende redenen beëindigen.
    • Afhankelijk van de duur van de overeenkomst verenigingswerk is de opzeggingstermijn
      • ten minste 7 kalenderdagen (overeenkomst van minder dan 6 maanden)
      • ten minste 14 kalenderdagen (overeenkomst van 6 maanden tot 1 jaar)
      • indien de opzeggingstermijn niet gerespecteerd wordt: de wet bepaalt de vergoeding die de partij die de overeenkomst beëindigt aan de andere partij moet betalen

    Registratie

    • Online aangifte vóór aanvang van de prestatievan de verenigingswerker. Een foutmelding op het moment van de aangifte betekent dat niet aan alle toepassingsvoorwaarden is voldaan.
      • In te vullen gegevens: identificatie van de organisatie,  identificatie van de verenigingswerker, begin- en einddatum van de prestatie, aard van de prestatie, bedrag van de te ontvangen vergoeding voor elke prestatie

       

      Wijzigingen

      • Een wijziging kan aangebracht worden tot het einde van de kalenderdag of van de datum van het einde van de prestatie.
      • Wanneer een prestatie vroeger dan voorzien eindigt, kan dit tot het einde van de kalenderdag aangepast worden.
      • Wanneer voorziene prestaties niet uitgevoerd werden, kan de aangifte geannuleerd worden tot het einde van de kalenderdag waarop de aangifte betrekking zou hebben.
      • Via de online toepassing kan de verenigingswerker zijn aangiftes en (te) ontvangen bedragen opvolgen. Ook de organisaties kunnen via de online toepassing de in dat kalenderjaar (te) ontvangen vergoedingen van de verenigingswerker met wie ze een overeenkomst (onderhandelen) raadplegen

       

      Verzekering

      • Wie een beroep doet op een verenigingswerker moet een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en verzekering lichamelijke schade hebben. De minimumgarantievoorwaarden van de verzekeringsovereenkomsten worden in een KB vastgelegd.

    • Bescherming van de verenigingswerker

      In de wet zijn ook een aantal bepalingen opgenomen die de verenigingswerker op verschillende vlakken bescherming biedt.

       

      Minimumvergoeding

      De vergoeding voor verenigingswerk bedraagt ten minste 3,57 euro per uur en is gekoppeld aan de spilindex.

      Geïndexeerd betekent dit voor 2021 een minimumvergoeding van 5 euro per uur.


      Beëindiging overeenkomst

      • Elke partij kan de overeenkomst beëindigen door opzegging. De opzegging gaat in de dag volgend op de dag van de kennisgeving. Elke partij kan de overeenkomst zonder opzeggen of voor het verstrijken van de overeengekomen duur om dringende redenen beëindigen.
      • Afhankelijk van de duur van de overeenkomst verenigingswerk is de opzeggingstermijn 7 of 14 dagen. Indien de opzeggingstermijn niet gerespecteerd wordt, bepaalt de wet de vergoeding die de partij die de overeenkomst beëindigt aan de andere partij moet betalen.
      • Bij opzegging door de verenigingswerker voor of tijdens de schorsing, loopt de opzeggingstermijn tijdens die schorsing. Bij opzegging door de organisatie voor of tijdens de schorsing, houdt de opzeggingstermijn op te lopen tijdens de schorsing.

      Rust

      • Meer dan zes opeenvolgende uren verenigingswerk? Dan heeft de verenigingswerker recht op een rustpauze van ten minste 15 minuten.
      • Tussen twee prestaties op verschillende kalenderdagen heeft de verenigingswerker recht op ten minste elf opeenvolgende uren rust.
      • Elk tijdvak van 7 dagen moet een minimale rusttijd van 24 opeenvolgende uren bevatten waarin de verenigingswerker geen verenigingswerk uitvoert.

      Welzijnsbescherming

      • Het welzijn van de verenigingswerkers wordt door de organisatie nagestreefd door maatregelen die betrekking hebben op arbeidsveiligheid, bescherming van de gezondheid, psychosociale aspecten van verenigingswerk, ergonomie, arbeidshygiëne, verfraaiing van de arbeidsplaatsen, leefmilieu.
      • Dit doet de organisatie door toepassing  van de preventiebeginselen: risico's te voorkomen en op basis van een risicoanalyse maatregelen treffen voor de risico's die niet voorkomen kunnen worden en de verenigingswerker hierover informeren  .
      • De verenigingswerker moet zorg dragen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en deze van de andere betrokken personen.

    • Veelgestelde vragen verenigingswerk

      Zijn verenigingswerkers die activiteiten begeleiden die onder de polis van de ISB-sportverzekering vallen ook via deze polis verzekerd?

      • Wie een beroep doet op een verenigingswerker moet voor deze persoon een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en verzekering lichamelijke schade hebben. Het is de werkaanbieder die hier voor instaat.
      • Als voldaan is aan de voorwaarden van de ISB-sportverzekering (hoofdorganisator, type activiteit, etc.), zijn zowel vrijwilligers als verenigingswerkers  die instaan voor de begeleiding van de activiteit via de ISB-sportverzekering verzekerd voor lichamelijke ongevallen, burgerlijke aansprakelijkheid en strafrechtelijke verdediging. 

    •  ShareDelen
    • Afdrukken