Veiligheid in zwembaden: veelgestelde vragen

FAQ's

 

Hoe vind je snel andere redders bij plotse ziekte of uitdiensttreding?

Het is aangeraden om een back-up te hebben, zodat je steeds een reserve hebt.

 

In de ISB kennisbank vind je alvast een overzicht van een aantal mogelijkheden voor tewerkstelling en vergoeding in de sport en de arbeidswetgeving .

 

Waar vind je de regelgeving voor de werktijden van zwembadpersoneel?

De arbeidsduurregeling hangt in eerste instantie af van het feit of je zwembad onder het toepassingsgebied Arbeidswet of Arbeidstijdwet valt.

 

Daarnaast moet je rekening houden met de bepalingen van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel (onderscheid tussen contractuelen en statutairen). Enkele artikels hierover vind je in de kennisbank en meer concrete info staat in het praktijkboek ‘Beheer en exploitatie van zwembaden’ (Deel 2, hoofdstuk 2.2).


Voldoet 1 redder aan de minimumbezetting van een zwembad?

Een aandachtspunt bij de uurroosters voor zwembadmedewerkers is dat de wettelijke minimumbasis voor het vereiste aantal redders steeds gewaarborgd moet zijn, ook op momenten van lunch, pauzes, e.d.. Indien de enige redder afwezig is, kunnen zijn taken niet overgenomen worden door iemand zonder reddersbrevet.

 

Strikt gezien moet de redder zich steeds op de kade bevinden, en steeds beschikbaar zijn om zijn taken uit te voeren (art. 5.32.9.2.2 §3 3°: “de baders staan onder rechtstreeks en constant toezicht van ten minste één redder, die zich uitsluitend aan deze activiteit wijdt en zich permanent in de buurt van de kaden bevindt”). Het is dus niet gewenst en niet wettelijk (ook al is er een toezichtplan voor het zwembad) dat een redder tijdelijk vervangen wordt door een toezichthoudend persoon zonder reddersdiploma.

 

Naar verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid is het een behoorlijk issue dat één redder voor langere tijd zonder voldoende back-up zou moeten functioneren. Indien er door een kortstondige afwezigheid van die redder ondertussen een probleem in het zwembad plaatsvindt, zal de vraag naar verantwoordelijkheid bijzonder luid gesteld worden.

 

Een oplossing kan zijn om ook ander (administratief) personeel van een reddersdiploma te voorzien, zodat zij tijdelijk kunnen inspringen.

 

Kan iemand met het diploma 'redder aan zee' ook in een zwembad werken?

Nee. Wie het diploma 'redder aan zee' heeft, moet een overgangsmodule (24 uur) volgen om als 'hoger redder' in een zwembad aan de slag te kunnen. Dit kan meestal tweejaarlijks via de Vlaamse Trainersschool.

 

Ook omgekeerd kan een 'hoger redder' niet zomaar aan de slag aan de kust. Deze moet hiervoor een opleiding volgen die georganiseerd wordt door Wobra.

 

Zijn er opgelegde normen voor het regelmatig trainen van redders?

Nee. Naast de jaarlijkse bijscholing voor redders zijn er geen wettelijke verplichtingen.

 

Het is echter onvoldoende om enkel op die bijscholing te rekenen om de fysieke paraatheid en reddings- en reanimatietechnieken op peil te houden. De meeste zwembaden organiseren daarom bijkomende oefenmomenten en vaak wordt er van de redders verwacht dat ze een trainingsschema volgen.

 

Meer info vind je op de kennisbank.

 

Moeten leerkrachten steeds het logboek tekenen voor aanwezigheid, ook als er genoeg redders zonder de leerkrachten zijn?

Nee, hier zijn geen verplichtingen voor. Het zwembad bepaalt zelf, in onderlinge afspraak met de school, wat de afspraken zijn. Zo wordt in de overeenkomst wel best opgenomen wanneer en voor wat de leerkrachten verantwoordelijk zijn.

 

Het protocol schoolzwemmen is een handige inspiratiebron voor overleg en samenwerking tussen zwembaden en scholen.


Is 1 redder genoeg bij twee baden in het verlengde en minder dan 50 p. of moet er per bad minstens 1 redder staan? / Is een bad (<200m² oppervlakte) letterlijk te interpreteren of kunnen dit verschillende baden in één gezichtsveld zijn?

Het minimaal aantal toezichthoudende personen, waarvan minstens de helft redder is, wordt bepaald volgens de volgende formule (afronden naar beneden):

  • Voor de eerste 150 baders: aantal toezichthoudende personen = (aantal baders/50) +1

  • Daarboven, per 150 meer, is een toezichthoudende persoon extra nodig.

Deze regel geldt niet voor baders in baden van minder dan 50 cm diepte.

Bij ieder afzonderlijk bad of risicozone staat minstens 1 toezichthoudende persoon, ongeacht het resultaat van de vermelde formule.

 

De toepassing van deze formule leidt tot de volgende tabel:

 

Aantal baders

Totaal aantal toezichthoudende personen

Waarvan minimum aantal redders

1 - 49

1

1

50 - 99

2

1

100 - 149

3

2

150 - 299

4

2

300 - 449

5

3

 

Met toezichtsplan

Toezichtsplan: aantal m² voor baden samen tellen (niet per bad afzonderlijk)

Tenzij anders vermeld in de milieuvergunning mag de exploitant, in afwijking van de bepalingen omtrent de toezichtsformule, het aantal redders en toezichters berekenen zoals weergegeven in onderstaande tabel. Deze berekeningswijze mag enkel toegepast worden wanneer de exploitant een toezichtsplan heeft opgesteld en naleeft ter verzekering van de veiligheid van de baders. Dit toezichtplan ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren.

 

Wateropp.
(m²)

Extra voorwaarden

Aantal toezichthoudende personen

≤ 200

niet van toepassing

1 redder

> 200

vorm van het bad is zo dat dit volledig in het gezichtsveld ligt van één persoon

2 waarvan ten minste 1 redder

vorm van het bad is zo dat dit niet in het gezichtsveld ligt van één persoon

3 waarvan ten minste 2 redders

 

In baden die nergens dieper zijn dan 1,40 meter

Onverminderd de voorwaarden inzake het maximum toegelaten aantal baders, wordt in zwembaden -  met inbegrip van open zwemgelegenheden in meren en vijvers - die niet gebruikt worden als instructiebad en die nergens dieper zijn dan 1,40 meter het aantal toezichthoudende personen berekend zoals weergegeven in onderstaande tabel.

 

Wateroppervlakte (m²) (diepte < 1,40m)

Extra voorwaarden

Maximum aantal baders

Aantal toezichthoudende personen*

≤ 200

niet van toepassing

3 m²/bader

1

> 200 - 500

vorm van het bad zo is dat dit volledig in het gezichtsveld ligt van één persoon

94

1

144

2

> 144

3

* De toezichthoudende personen hier bedoeld zijn elk in het bezit van hetzij een basisreddersbrevet van het BLOSO, hetzij van een ander gelijkwaardig getuigschrift goedgekeurd door het BLOSO, of hetzij van een EHBO-brevet afgeleverd door een gemachtigde instelling voor het inrichten van de cursussen EHBO.

 

Moet er een extra redder aanwezig zijn voor een apart peuterbad?

De toezichtformule is niet van toepassing indien de waterdiepte minder dan 50 cm is. In Vlarem wordt niet over een 'peuterbad' gesproken. Als het peuterbad een ondiep bad is dat zich samen met andere baden in één zwemhal bevindt en er is een toezichtplan, dan kan § 3 ter (art. 5.32.9.2.2) toegepast worden. Namelijk: 1 redder + 1 toezichthoudend persoon voor een bad met een wateroppervlakte van meer dan 200 m² mits de ganse wateroppervlakte in het gezichtsveld van één persoon ligt. Vlarem is op dat punt niet zo duidelijk, maar de wateroppervlakte van 200 m² of meer moet gelezen worden als het geheel van de baden die zich in één zwemhal bevinden. Zonder toezichtplan is de bepaling dat aan elk bad een toezichthoudende persoon moet staan van toepassing.

 

Hoe bepaal je wat een risicozone is, bestaat hier een leidraad voor?

Of een bepaalde plaats een ‘risicozone’ is, dient de zwembadbeheerder zelf uit te maken. Recreatieve voorzieningen vereisen in elk geval bijkomend toezicht (zie art. 5.32.9.2.1. §6, 3°). Een risicoanalyse laat toe voor elk bad de risicozones in kaart te brengen. Een boeiend thema waar op het ISB congres 2016 een blik werd op geworpen.

 

Hoe weet je dat het toezichtsplan geldig is?

Een toezichtsplan zal nooit ‘geldig’ verklaard worden. Wel wordt het altijd opgemaakt in kader van de veiligheid voor de bezoekers. 

Volgende elementen komen best aan bod in het toezichtsplan:

- Plattegrond van het zwembad

- Wie staat waar en wanneer

- Taakomschrijving van het personeel (wat mag en wat moet tijdens het toezicht)
- Parameters die het toezicht verder bepalen
- Veiligheidsafspraken
- Interventies

Als feedback op het toezichtsplan gewenst is, wordt er best overlegd met collega-zwembadbeheerders die als klankbord kunnen dienen. Meer praktische tips vind je in het handboek beheer en exploitatie van zwembaden. Verder neemt ISB momenteel de rol op zich om een leidraad of stappenplan te ontwikkelen voor het opstellen van een risico analyse i.f.v. het toezichtsplan.

 

 

Mag er bij aanwezigheid van een toezichtsplan ook overgeschakeld worden naar de toezichtsformule?

Ja. De keuze voor het één, sluit het ander niet uit. Het is mogelijk om in het toezichtsplan te bepalen wanneer de toezichtsformule en wanneer het toezichtsplan gebruikt wordt. Zo kan er bijvoorbeeld besloten worden om tijdens het ochtendzwemmen en schoolzwemmen het aantal redders en toezichthoudende personen te bepalen volgens het toezichtsplan en tijdens clubzwemmen en bij verhuur van het zwembad volgens de toezichtsformule. Je dient dus wel duidelijk aan te geven wanneer je met wat werkt.

 

Zijn 1 redder en 2 toezichters evenwaardig aan 2 redders?

Nee. Minstens de helft van het toezichthoudend personeel moet redder zijn. Het kan dus niet dat er 1 redder staat samen met 2 toezichthoudende personen.

 

Hoe kan je we weten of het maximaal aantal toegelaten personen bij buitenbaden klopt voor het aantal redders (grote discrepantie tussen aanwezigen en effectieve zwemmers) ?

Dit is een moeilijke case. Sommigen bepalen zelf een regel dat 15-20% zwemt en 80-85% zich buiten de zwemzone bevindt. Dit is te bepalen uit ervaring en vul je zeker aan met een toezichtplan, waarbij je rekening houdt met de weersomstandigheden. Het voornaamste is voldoende toezicht op de cruciale plaatsen en dat het toezicht tijdig afgelost wordt om focus te behouden. Een handige tip is om ook de mensen op het bureau als redder in te schakelen bij drukke dagen. Toegangspoortjes tussen zwembad en ligweide zijn ook een oplossing.

 

Wat met schoeisel, kinderbuggy’s en dieren bij buitenbaden en ligweides?

Vanuit Vlarem zijn deze drie verboden. In de zwemzone mogen er alleen personen in aangepaste zwemkledij komen. In veel gevallen  komen de zwemmers binnen via een draaikruis waardoor ze de attributen daar of in de kleedkamers moeten achterlaten. In het geval van losse steentjes ed. wordt schoeisel soms nog toegelaten, maar op de kades kan dit nooit.

 

Is er een expliciet rookverbod in Vlarem voor buitenzwembaden incl. ligweides en kades?

Nee, er is geen rookverbod voor de ligweides (open lucht) in Vlarem. Best is zoveel mogelijk te sensibiliseren om peuken in de voorziene asbakken te doven. Het zwembad kan bovendien zelf verbodstekens hangen voor het afgesloten domein, alhoewel dit moeilijk volledig afdwingbaar is. Bij het binnenkomen kan de zwemmer op rookgedrag aangesproken worden en ook op het terrein zelf. Dit vooral om brandwonden door peuken te vermijden en uit respect voor omliggenden. Indien het rookgedrag tot conflicten of overlast leidt kan de politie betrokken worden.

 

Hoe toezichthoudende volwassenen verplichten om mee te gaan in de zwemhal?

Vlarem stelt dat kinderen tot 6 jaar steeds vergezeld zijn van een toezichthoudende volwassene. Het zwembadreglement kan en mag hier echter strenger voor zijn, zo wordt de grens vaak opgetrokken naar 8 jaar.

 

Zijn er afspraken over de verplichting van het aantal begeleiders bij groepen?

Nee, er zijn hier geen uniforme afspraken voor voorzien. Elk zwembad dient zelf de regels te bepalen in het intern reglement. Duidelijke afspraken zijn cruciaal en dienen best in een afsprakennota of infofiche opgenomen te worden. De afspraken moeten duidelijk zijn voor zowel het zwembadpersoneel (onthaalmedewerkers, redderspersoneel, poetspersoneel, …) als de begeleiders van de groepen (scholen, andersvaliden, kampen, jeugdbeweging, sportclub, …)

 
  •  ShareDelen
  • Afdrukken
  • Mail een vriend

    Doorsturen

    Gegevens verzender