Arbeidsreglementering en sportinfrastructuur

Kerninfo

Het wordt al snel duidelijk dat, zowel bij de Welzijnswet als bij het ARAB, de wetgeving over veiligheidsaspecten voor de gebruikers van de sportinfrastructuur, telkens terugvalt op de context voor de werknemers in die accommodatie. Naar gebruikers van sporthallen is er geen specifieke wetgeving om hun veiligheid te garanderen. 

 

De belangrijkste elementen uit het ARAB die van toepassing zijn in sportinfrastructuur zijn de volgende:

1. Toegelaten publiek in een sporthal

Dit heeft te maken met het evacuatieplan van de sportinfrastructuur, zoals de breedte van de trappen, de uitgangswegen, uitgangen en wegen die er naar toe leiden. Deze moeten groter of gelijk zijn aan 0.8 m en moeten een totale breedte hebben die ten minste gelijk is, in centimeters, aan het aantal personen die ze moeten gebruiken om de uitgangen van het gebouw te bereiken. Grofweg 1 cm per persoon dus. Onder deze personen worden uiteraard niet alleen het personeel van de onderneming verstaan maar eveneens de bezoekers. Ook het aantal uitgangen wordt hierin bepaald. Zie tabblad wetgeving voor meer details.

 

2. Toegankelijkheid van sporthallen en zwembaden 

 

Aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning voor sporthallen en zwembaden moeten sinds 2010 altijd voldoen aan de toegankelijkheidscriteria die de Vlaamse Overheid oplegt voor publieke gebouwen. Dit gaat niet zozeer om veiligheid, maar om toegankelijkheid

 

3. Aanwezigheid van EHBO in een sporthal

Voor sportinfrastructuur in het algemeen, met uitzondering van onder andere zwembaden (cfr. Vlarem) en voetbalstadions, is er geen wetgeving betreffende EHBO-lokalen en -materiaal.  Verzekeringsmaatschappijen adviseren echter wel om voor elke sporthal een EHBO-voorziening te treffen, om zo de aansprakelijkheid van de gemeente te beperken. Vanuit de sportfederaties worden soms specifieke eisen opgelegd in verband met EHBO-lokalen of -koffers. Verder kan het ARAB omtrent EHBO als inspiratiebron gebruikt worden (zie tabblad wetgeving).

  • EHBO-lokaal:  
    • Het ARAB legt bepaalde voorwaarden op voor het personeel. Dit kan als basis dienen voor het bepalen van de plaats en grootte van het lokaal. 
  • Inhoud EHBO-koffer: 
    • Bij sporthallen met permanentie van personeel is het aan te raden een EHBO-koffer te voorzien. Waar er geen permanentie is, kan een minimum voorzien worden:  bijvoorbeeld een affiche met richtlijnen voor eerste hulp, een affiche met contactgegevens van lokale dokters. EHBO-koffers onbemand achterlaten is niet aan te bevelen.
    • In de Brusselse en de Waalse regelgeving voor zwembaden wordt er voor de samenstelling van de inhoud van de EHBO-koffer verwezen naar artikel 178 van het Algemeen Reglement voor Arbeidsbescherming (ARAB). Voor sporthallen en andere sportinfrastructuur kan deze lijst als vertrekpunt genomen worden, naast enkele specifieke aanvullingen gezien de sportieve context. 
    • Over het toedienen van medicatie (wat in feite samen hangt met de inhoud van de EHBO-koffer), vind je meer informatie in het tabblad 'FAQ'. Het gaat wel degelijk om het toedienen van eerste hulp BIJ ONGEVALLEN, dus medicatie voor bijvoorbeeld hoofd- of buikpijn horen niet thuis in de EHBO-koffer. 

4. Evacuatie en brandoefeningen

Het ARAB verplicht de werkgever tot het nemen van de nodige maatregelen om brand te voorkomen en brand te bestrijden, en dat voornamelijk in functie van een veilige werkomgeving voor het personeel. En vanuit dit standpunt wordt ook alles opgevat. 

Dwz dat een evacuatie-oefening 1 keer per jaar verplicht is, voor het personeel. Er moeten dus geen gebruikers zijn in de accommodatie. 

Wetgeving

Het Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming, hierna kortweg het ARAB genoemd, vormde sedert 1947 de gecoördineerde tekst van al de reglementaire en algemene bepalingen betreffende de gezondheid en de veiligheid van de werknemers. Sinds 1993 wordt het ARAB geleidelijk vervangen door de Codex over het welzijn op het werk (zie Dossier Welzijnswet).

 

De belangrijkste elementen uit het ARAB die van toepassing zijn in sportinfrastructuur zijn de volgende:

1. Toegelaten publiek in een sporthal

Heeft te maken met evacuatieplan van sportinfrastructuur

  • ARAB art. 52.5.3 .. breedte van de trappen, uitgangswegen, uitgangen en wegen die er naar toe leiden moet groter of gelijk zijn aan 0.8 m
  • ARAB art. 52.5.4 .. De uitgangswegen, uitgangen, deuren en wegen die er naartoe leiden moeten een totale breedte hebben die ten minste gelijk is, in centimeters, aan het aantal personen die ze moeten gebruiken om de uitgangen van het gebouw te bereiken. = 1 cm per persoon ?
    Onder deze personen worden niet alleen het personeel van de onderneming verstaan maar eveneens de bezoekers, de klanten en de andere personen die deze trappen, uitgangswegen, uitgangen en wegen die er naar toe leiden, moeten gebruiken.
  • ARAB art. 52.5.5 De lokalen van de eerste groep, de lokalen waarin gewoonlijk ten minste honderd personen vertoeven en de verdiepingen waar gewoonlijk ten minste honderd personen vertoeven, moeten ten minste over twee afzonderlijke uitgangen beschikken
  • ARAB art. 52.5.3 De lokalen waarin gewoonlijk ten minste vijfhonderd personen vertoeven en de verdiepingen waar gewoonlijk ten minste vijfhonderd personen vertoeven moeten ten minste over drie afzonderlijke uitgangen beschikken.

2. Toegankelijkheid van sporthallen en zwembaden

 

Op 1 maart 2010 is de nieuwe regelgeving betreffende toegankelijkheid van publieke gebouwen in Vlaanderen in werking getreden (Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening betreffende toegankelijkheid van 5 juni 2009).

3. Aanwezigheid van EHBO in een sporthal

Voor sportinfrastructuur in het algemeen (met uitzondering van onder andere zwembaden (cfr. Vlarem) en voetbalstadions) is er geen wetgeving betreffende EHBO-lokalen en -materiaal. 

 

Het ARAB vermeldt volgende zaken, die als basis kunnen dienen voor EHBO-lokaal in de sporthal:

  • het lokaal is makkelijk toegankelijk en vlot bereikbaar voor hulpdiensten;
  • de ingang is voldoende breed om vervoer per brancard toe te laten;
  • aanwezigheid van een telefoonlijn, stromend water en elektriciteit;
  • aangepaste temperatuur.

In de Europese Norm voor zwembaden spreekt men in verband met het EHBO-lokaal over een minimumoppervlakte van 8 m² en een minimumhoogte van 2,5 m;

 

In de Brusselse en de Waalse regelgeving voor zwembaden wordt er voor de samenstelling van de inhoud van de EHBO-koffer verwezen naar artikel 178 van het Algemeen Reglement voor Arbeidsbescherming (ARAB). Voor sporthallen en andere sportinfrastructuur kan deze lijst als vertrekpunt genomen worden, naast enkele specifieke aanvullingen gezien de sportieve context.                                          


 

4. Evacuatie en brandoefeningen

ARAB Art. 52 verplicht de werkgever tot het nemen van de nodige maatregelen om brand te voorkomen en brand te bestrijden. Hiervoor moeten procedures worden opgemaakt, materialen worden voorzien, personeel worden ingezet. Alle details over deze verplichtingen vind je in het ARAB.  

Publicaties

Toegankelijke gebouwen:

EHBO-lokaal

       - ISB-tijdschrift - De Vraag: Is een EHBO – lokaal verplicht?

 

Toedienen van medicatie

FAQ's

Zijn er bepaalde voorschriften voor een EHBO-lokaal? 

Zie tabblad wetgeving voor een antwoord op deze vraag

Is een brandoefening verplicht?

Een jaarlijkse evacuatie-oefening is wettelijk verplicht voor de werknemers (volgens het ARAB). Het is dus in principe niet nodig om een brandoefening uit te voeren wanneer er gebruikers in de accommodatie zijn. Om een levensechte situatie uit te testen is dit uiteraard wel wenselijk, maar misschien hoeft dit niet jaarlijks. 

Mag je minderjarigen medicatie toedienen? 

Er zijn drie regels die hier spelen:

  • Art. 422bis Strafwetboek (Sw.): het weigeren van hulp aan een persoon in nood is strafbaar;
  • Art. 1382-1383 Burgerlijke Wetboek (B.W.): een persoon is aansprakelijk als hij iemand door zijn fout schade heeft berokkend, en moet die schade vergoeden;
  • Art. 2§1 van het KB nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. Wordt beschouwd als onwettige uitoefening van de geneeskunde: hetzij het onderzoeken van de gezondheidstoestand, hetzij het opsporen van ziekten en gebrekkigheden, hetzij het stellen van de diagnose, het instellen of uitvoeren van een behandeling van een fysische of psychische, werkelijke of vermeende pathologische toestand, hetzij de inenting.

Hieruit volgt dat:

  • Niets doen als een kind ziek is, is strafbaar en leidt tot burgerrechtelijke aansprakelijkheid als hierdoor schade wordt berokkend aan de betrokkene.
  • Wie geen dokter, apotheker of zorgkundige is, is strafbaar als hij een ander persoon medisch onderzoekt of medicatie voorschrijft of toedient
  • Het toedienen van medicatie valt dus niet onder eerste hulp.

De regelgeving verbiedt niet dat een persoon zichzelf diagnosticeert en zichzelf (niet voorgeschreven) medicatie toedient. Dit gebeurt wel op eigen risico.

Gezien een kind echter niet in staat wordt geacht om risico’s reeds correct te kunnen inschatten en tot zijn meerderjarigheid onder het gezag van zijn ouders of voogd blijft (art. 371 Burgerlijk Wetboek), kan (naast een arts) enkel zijn wettelijke vertegenwoordiger (ouders of voogd) bepalen of hij ziek is en hem geneesmiddelen toedienen. Ten opzichte van derden die te goeder trouw zijn, wordt elke ouder geacht te handelen met instemming van de andere ouder, dus de toestemming van één ouder is voldoende, tenzij dit vermoeden werd weerlegd (376 B.W.).

 

Besluit:

  • Een ziek kind moet geholpen worden, dus een begeleider moet actie ondernemen.
  • Het toedienen van geneesmiddelen valt niet onder eerste hulp, dus mag niet op eigen initiatief door een begeleider gebeuren.
  • Voorschriftplichtige medicatie kan slechts toegediend worden op voorschrift van een arts.
  • Niet-voorschriftplichtige medicatie kan ook toegediend worden met schriftelijke toestemming van een ouder of voogd.

Samengevat:

Medicatie geven aan een minderjarige is toegelaten indien men beschikt over het voorschrift van een arts of (wat niet-voorschriftplichtige medicijnen betreft) de schriftelijke toestemming van een ouder of voogd.

 
  • ´╗┐ ShareDelen
  • Afdrukken
  • Mail een vriend

    Doorsturen

    Gegevens verzender