Vrijetijdsbeleid

Kerninfo

 

Onder vrijetijdsbeleid verstaan we de clustering van beleidsdomeinen en -diensten die de maatschappelijke participatie van zoveel mogelijk gebruikers stimuleren op het vlak van cultuur, sport en spel - kortom vrije tijd.

 

Welke beleidsdomeinen thuishoren in de cluster 'vrijetijdsbeleid' is een autonome beleidskeuze van ieder lokaal bestuur, allicht mee bepaald door management en historiek. 

 

De cluster vrijetijdsbeleid omvat vooral het lokaal jeugd-, cultuur- en sportbeleid.

Dienst Vrije Tijd Heusden-Zolder

Wetgeving

 

De (belangrijkste) wetgeving die relevant is voor het voeren van een vrijetijdsbeleid:

 

Het Cultuurpact

Het Cultuurpact is van toepassing op alle overheidsmaatregelen inzake 'culturele aangelegenheden', vastgelegd in artikel 59 bis, §2, 1° van de Grondwet. Het gaat om een breed toepassingsgebied: cultuur, kunstenbeleid, bibliotheekwerking, museum- en erfgoedbeleid, jeugd- en sportbeleid, vorming, vrijetijdsbeleid en toerisme.

 

Het cultuurpact bepaalt:

  • dat alle overheden moeten de verschillende strekkingen en de gebruikers betrekken bij de voorbereiding en de uitvoering van het cultuurbeleid en bij het beheer van de culturele instellingen (dit is dus ook geldig voor openbare zwembaden, sporthallen, recreatiedomeinen...)
  • Hoe beheersorganen van een bibliotheek, jeugdhuis, cultuurcentrum of sporthal moeten worden samengesteld
  • De algemene inspraakverplichting (regelt de inspraak en samenstelling van adviesraden)


Het Gemeentedecreet

Dit decreet bevat zowat alle basisregels voor de gemeenten: de politieke organisatie (gemeenteraad, college van burgemeester en schepenen, burgemeester, voorzitter van de gemeenteraad), de ambtelijke organisatie

(secretaris, financieel beheerder, personeel), het organisatorisch en financieel management (managementteam, beleidscyclus, interne controle, externe audit), het bestuurlijk toezicht, de relatie burger-bestuur enzovoort.

 

De BBC 

De Beleids -en beheerscylus bepaalt de planning (meerjarenplan en budget), de boekhouding en de evaluatie achteraf (de jaarrekening (zie ook dossier 'Beleids- en beheerscyclus').

 

Het planlastdecreet en de wijziging van de sectorale decreten en besluiten

Het Planlastdecreet bepaalt dat lokale besturen vanaf 2014 hun subsidieaanvraag voor een sectorale Vlaamse subsidie indienen aan de hand van het door de gemeenteraad goedgekeurde meerjarenplan 2014-2019.

 

Het Vlaams flankerend beleid

Het meest gekend en toegepast in het lokale vrijetijdsbeleid zijn het participatiebeleid, het toegankelijkheidsbeleid en het flankerend onderwijsbeleid.

 

Relevante federale en Europese wetgeving

Behalve Vlaamse heeft natuurlijk ook de federale en Europese regelgeving een impact op de organisatie en uitvoering van de lokale dienstverlening en het vrijetijdsaanbod. Enkele voorbeelden:

  • De rechten en plichten bij het werken met vrijwilligers
  • De bewakingswet met repercussies voor de bewaking en het toezicht op goederen en personen in publieke ruimtes
  • Auteursrechten die zich vertalen in regels over de billijke vergoeding
  • Veiligheidsbeleid bij het organiseren van actieve ontspanningsevenementen

Publicaties

 

Extra info

 

Historiek

De verankering van cultuur-, jeugd- en sportbeleid is uitgezet door de federale staatsontwikkeling begin jaren '70 van de vorige eeuw.

 

Aangemoedigd door de Vlaamse Gemeenschap, met subsidies als hefbomen, werd het cultuurbeleid als eerste boreling groot dankzij een uitgesproken Vlaams cultuurbeleid dat fors inzette op culturele identiteit via de spreiding van infrastructuur en aanbod. Via de openbare bibliotheken en cultuurcentra nestelde cultuur zich in de 308 Vlaamse gemeenten.

 

Het lokaal jeugdbeleid kreeg zijn momentum begin jaren negentig. De jeugdsector was de inspirator en gangmaker voor de ontwikkeling van een nieuwe, volwassen relatie met de Vlaamse overheid. Vertrouwen in lokale beleidsvoering werd de standaard als onderbouw van regelgeving en de omgang met de gemeentebesturen.

 

Het lokaal cultuurbeleid pikte de trend op bij de start van het nieuwe millennium en verzette op zijn beurt mee de bakens.

 

Het Sport voor Allen-beleid volgde als derde de bestuurlijke trend en surft sinds 2007 voluit mee op de vertrouwensgolf in lokaal beleid, die de verantwoordelijkheid legt waar ze moet liggen: bij de gemeenten.

 
  •  ShareDelen
  • Afdrukken
  • Mail een vriend

    Doorsturen

    Gegevens verzender