Niet-overdekte circulatiebaden

De sectorale voorwaarden voor niet-overdekte circulatiebaden staan beschreven in subafdeling 5.32.9.3 van VLAREM II bis. Deze subafdeling bevat twee artikels die verder onderverdeeld zijn in paragrafen:

  • Art. 5.32.9.3.1. Architectonische normen
    § 1 Bouw
    §2 Zwemhal en zwembad
    §3 Kaden en vloeren
    §4 Omkleedcabines
    §5 Sanitaire voorzieningen
    §6 Recreatieve voorzieningen
    §7 Ventilatie en verwarming
    §8 Waterbehandelingssystemen

  • Art. 5.32.9.3.2. Exploitatie
    §1 Procedures
    §2 Opslag chemicaliën
    §3 Veiligheid bezoekers
    §4 Kwaliteitsvereisten van het water
    §5 (zonder titel)
    §6 Onderhoud
    §7 Reglement van interne orde

 

Op de website van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie kun je steeds de meest recente en gecoördineerde teksten van VLAREM raadplegen.

 

Inhoudelijk is de Vlarem-regelgeving voor niet-overdekte circulatiebaden redelijk gelijklopend met die voor de overdekte circulatiebaden, toch zijn er enkele verschilpunten: 

Toezicht

Voor het toezicht op de baders wordt bepaald dat ieder afzonderlijk bad of risicozone in het gezichtsveld ligt van ten minste 1 toezichthoudende persoon. Dit is verschillend ten opzichte van overdekte circulatiebaden waar er bij ieder afzonderlijk bad of risicozone een ten minste 1 toezichthoudende persoon moet staan.

 

Verder is het zo dat voor in niet-overdekte circulatiebaden het toezicht bij activiteiten in het zwembad niet gecombineerd kan worden met een lesgeeffunctie. Bij duikactiviteiten kan dat wel.

Waterkwaliteit

Voor de niet-overdekte circulatiebaden ligt de bovengrens voor vrij beschikbaar chloor op 3,0 mg/l. De ondergrens bedraagt, net zoals bij de overdekte circulatiebaden, 0,5 mg/l.

 

De exploitant moet het zwembadwater 2x per maand laten controleren door een laboratorium.

 

Info over overdekte circulatiebaden

  •  ShareDelen
  • Afdrukken
  • Mail een vriend

    Doorsturen

    Gegevens verzender