Tussentijdse evaluatie

Kerninfo

De eerste tussentijdse evaluatie van het sportbeleidsplan (2010) zoals bepaald in het Decreet Sport voor Allen van 9 maart 2007 is ook meteen de laatste geworden. Ook het sportbeleidsplan, in zijn huidige vorm, is in de volgende legislaturen geen verplichting meer om in aanmerking te komen voor de Vlaamse subsidies. Met de beleids -en beheerscyclus en het planlastendecreet dienen gemeenten een integraal meerjarenplan te maken in plaats van 13 afzonderlijke sectordecreten.  

 

Sportbeleidsplanning is echter meer dan een verplicht nummer voor de Vlaamse Overheid. Het sportbeleidsplan op zich werd dan ook door de meeste gemeenten als positief ervaren. Ze geven houvast en zijn een stok achter de deur. We zijn er dan ook van overtuigd dat strategisch plannen ook in de komende jaren meer dan zinvol zal zijn.

 

Wetgeving

Gemeenten dienden volgens het decreet Sport voor Allen van 9 maart 2007 in het derde jaar van de sportbeleidsplanperiode het sportbeleid te evalueren op het bereiken van doelstellingen en de beoogde beleidseffecten. De tussentijdse evaluatie gebeurde in overleg met de sportraad en diende goedgekeurd te worden door de gemeenteraad.

 

In het decreet zijn met betrekking tot de tussentijdse evaluatie volgende bepalingen opgenomen:

  • In het derde jaar van de sportbeleidsplanperiode
  • In overleg met de sportraad
  • Goedgekeurd door de gemeenteraad
  • Het sportbeleidsplan evalueren op het bereiken van zijn doelstellingen en beoogde beleidseffecten, worden nieuwe behoeften gebundeld, en, indien nodig, wordt het plan bijgestuurd

In de volgende legislatuur (2014-2019) vallen de bepalingen voor het maken van een tussentijdse evaluatie weg. We verwijzen voor de nieuwe regelgeving naar de Bloso-website

Publicaties

Uit 't veld

FAQ's

Wat is een (tussentijdse) evaluatie?

Een (tussentijdse) evaluatie evalueert het gevoerde beleid. Evalueren is een veelzijdig begrip en minder eenduidig dan men op het eerste gezicht zou veronderstellen. Er zijn immers tal van perspectieven en criteria van waaruit men beleid kan beoordelen:

 

Samengevat kan het accent van beleidsevaluatie ofwel liggen op:

 

  1. De doelstellingen: beantwoorden de maatregels en doelstelligen uit het sportbeleidsplan (nog steeds) aan de noden en behoeften (relevantie) en zijn ze in lijn met andere doelstellingen binnen of buiten de organisatie (consistentie en coherentie)?
  2. De manier van uitvoering: daarbij gaan we na of de input (de energie en middelen die we erin staken) in overeenstemming zijn met de output? Of de resultaten of effecten konden worden bereikt met minder geld en of de wijze van uitvoering optimaal verliep (coördinatie, samenwerking, ...).
  3. De resultaten: Zijn de output, de resultaten en de impact in lijn met de doelstellingen die we in het sportbeleidsplan hebben geformuleerd? Hebben we de vooropgestelde doelen gehaald? Zijn de effecten blijvend (duurzaamheid)? Beantwoorden ze aan de maatschappelijke problemen (adequaatheid)?

Bron: handleiding tussentijdse evaluatie sportbeleidsplan

 

Wat is het nut van evalueren?

 

Het is een moment om de banden te versterken met de belangrijkste doelgroepen en de meerwaarde van het lokaal sportbeleid onder de aandacht te brengen van beleidsmakers en bevolking. Er kan een heel sterk motiverende impuls van uitgaan en het maakt de lokale sportdienst en de verenigingen sterker bewust van hun opdracht.

 

Er zijn samengevat vier belangrijke motieven om het gevoerde beleid op regelmatige tijdstippen te evalueren:

 

  1. Helpt ons bij het maken van de juiste keuze's: evaluatie helpt bij het plannen en het bepalen van de juiste prioriteiten. Meestal zijn er meerdere mogelijkheden om een uitdaging aan te pakken. Evaluatie laat ons toe te zien wat werkt en wat niet. We moeten onze keuzen ook regelmatig in vraag durven stellen. Noden en behoeften van mensen veranderen voortdurend, het is belangrijk om op regelmatige basis na te gaan of onze initiatieven daar wel voldoende rekening mee houden
  2. Evaluatie helpt ons na te gaan of we wel degelijk doen wat we zinnens waren te doen: gestructureerde evaluatiemomenten stellen ons in staat om bij te sturen en oplossingen te formuleren.
  3. Evaluatie helpt ons te verantwoorden van wat we doen: Periodieke evaluatierapporten stellen de sportdienst in staat om ten aanzien van al zijn verschillende stakeholders aan te tonen dat er op een efficiënte manier resultaten worden neergezet waar burger en samenleving beter van worden.
  4. Evaluatie helpt ons te verbeteren en maakt ons sterker: evaluatiemomenten zijn de momenten bij uitstek om te leren. Beleidsmensen, ambtenaren, verenigingen staan stil bij wat ze ondernemen, stellen zich vragen bij het effect en de relevantie ervan, ze ontdekken alternatieve mogelijkheden.

Bron: handleiding tussentijdse evaluatie sportbeleidsplan

 

Hoe evalueren?

 

Een tussentijdse evaluatie is een proces en kan gestructureerd worden in volgende stappen:

  • Stap 1: Aanduiding projectleiding en stuurgroep
  • Stap 2: Bepalen focus, procesverloop en –organisatie
  • Stap 3: Oplijsten doelstellingen en indicatoren
  • Stap 4: Informatieverzameling en analyse
  • Stap 5: Conclusies en rapportage
  • Stap 6: Formele advies- en goedkeuringsprocedure
  • Stap 7: Communicatie
  • Stap 8: Leereffecten inventariseren en verankeren

 

Bron: handleiding tussentijdse evaluatie sportbeleidsplan

 

 

Wanneer evalueren?

Evalueren is aan te raden in de helft en op het einde van de beleidsperiode. We raden echter aan jaarlijks het plan te monitoren door indicatoren te meten.

 

Wie evalueert?

 

Net zoals bij het sportbeleidsplan zal een persoon de (tussenijdse) evaluatie coördineren. In de meeste gemeenten zal het de sportambtenaar zijn die - bij voorkeur met een stuurgroep en in overleg met andere betrokkenen - de evaluatie coördineert. Uiteindelijk dient de tussentijdse evaluatie -met advies van de sportraad - op de gemeenteraad goedgekeurd worden.  

 

Extra info

In 2008 trad het nieuwe Decreet 'Sport voor Allen' in werking. Meteen het startschot voor de opmaak van sportbeleidsplannen in elke gemeente. In overleg met de Vlaamse Overheid, ondersteunde ISB de gemeenten via een begeleidingstraject.

 

Het decreet Sport voor Allen verwachtte een tussentijdse evaluatie na 3 jaar. Daarbij diende nagegaan te worden of de beleidseffecten en resultaten werden gehaald. Maar ook de opbouw van het plan kon mee onder de loep worden genomen. Een analyse van de eerste lichting beleidsplannen leerde immers dat er o.a. nog verbetermogelijkheden zijn op het vlak van het resultaatgericht formuleren van doelstellingen en het formuleren van indicatoren.

 

Er is groeiende belangstelling voor het meten van de effectiviteit en efficiëntie van beleid. Doelgerichte inzet van middelen (niet alleen in tijden van crisis), resultaatgericht denken en focus op beleidsresultaat. Ook op gemeentelijk vlak, in het nieuwe gemeentedecreet, is er meer aandacht voor integrale planning en opvolging.

 

Presentaties:

 
  •  ShareDelen
  • Afdrukken
  • Mail een vriend

    Doorsturen

    Gegevens verzender