FAQ's beleidsplan

Onder deze rubriek vind je misschien wel een antwoord op je vraag met betrekking tot het sportbeleidplan of het verenigingsbeleidsplan.


FAQ's sportbeleidsplan

Wat zijn de deadlines voor indienen van een sportbeleiddsplan, jaarlijks verslag, uitbetaling, tussentijdse evaluatie...

in de tijdstabel op de website van Bloso staat een overzicht van de deadlines.

 

Wat moet er volgens het decreet in het sportbeleidsplan staan ?

In het decreet Sport voor Allen staan volgende bepalingen over het gemeentelijk sportbeleidsplan:

  • Opgemaakt en goedgekeurd tijdens eerste jaar van de gemeentelijke bestuursperiode
  • Van toepassing op de daaropvolgende jaren van de gemeentelijke bestuurdperiode en eerste jaar van volgende gemeentelijke bestuursperiode
  • Bevat alle doelstellingen, inspanningen, voorzieningen en instrumenten voor het voeren van een gemeentelijk sportbeleid
  • Bevat wijze waarop de sportraad begeleid en betrokken wordt.
  • Komt tot stand, wordt uitgevoerd en geëvalueerd op basis van een interactieve bestuurstijl
  • Bevat minstens vier hoofdstukken met beleidsmaatregelen voor:

- de ondersteuning en stimulering van sportverenigingen

- de ondersteuning en stimulering van andersgeorganiseerde sport

- de ondersteuning en stimulering van de toegankelijkheid tot sport en de diversiteit in sport

- een globaal meerjarenplan met betrekking tot sportinfrastructuur, met aandacht voor ruimtelijke ordening en leefmilieu

 

Het uitvoeringsbesluit beleidssubsidie bepaalt de generieke elementen en elementen die in elk van de hoofdstukken afzonderlijk dienen voor te komen

 

Moeten wij een financiële prognose opnemen in het plan?

 

De gemeente dient een overzicht van de middelen die men jaarlijks zal inzetten in de periode 2008 - 2013 neer te schrijven. Eventuele bijsturing is steeds mogelijk.

 

De financiële vertaling dient:

 

- op het niveau van de operationele/concrete doelstellingen te zijn

- een duidelijk een beeld te geven van de jaarlijkse middelen.

 

Bevat het sportbeleidsplan enkel de decretaal verplichte hoofdstukken?

 

Het sportbeleidsplan beschrijft het totale sportbeleid in de gemeente voor de periode 2008-2013. Zowel nieuwe als bestaande initiatieven en decretaal en niet-decretaal verplichte hoofdstukken worden dus best opgenomen.

 

Aan wie dient het sportbeleidsplan gecommuniceerd te worden?

Na advies van de sportraad en goedkeuring door de gemeenteraad diende het sportbeleidsplan binnen de 10 dagen aan Bloso bezorgd te worden. Er diende ook een kopie van het goedgekeurde plan aan de sportraad bezorgd te worden en het sportbeleidsplan diende bekend gemaakt te worden aan de bevolking.

FAQ's Verenigingsbeleidsplan (VSBP)

Laatste update 09.04.08

Wat is een verenigingssportbeleidsplan?

Een verenigingssportbeleidsplan (VSBP) is een meerjarenbeleidsdocument m.b.t. het lokale sportbeleid. Een VSBP is dus een sportbeleidsplan dat officieel wordt ingediend om subsidies van de Vlaamse Regering te verkrijgen voor de ondersteuning van een lokaal ‘sport voor allen’-beleid. Het indienen gebeurt echter niet door de lokale overheid zelf (de stad of gemeente) maar door een sportraad of een groep van (sport)verenigingen gezamenlijk. Het decreet Sport voor Allen-beleid en het uitvoeringsbesluit omschrijven de voorwaarden waaraan een VSBP moet voldoen.

Waar staan de bepalingen in het decreet die betrekking hebben op het VSBP?

In het decreet zijn er een aantal specifieke bepalingen opgenomen omtrent een verenigings-sportbeleidsplan, nl artikel 7 en artikel 14 (§1 en 2). Artikel 7 omschrijft wie een VSBP kan indienen, terwijl artikel 14 aangeeft wat de verschillen zijn met het indienen van een gemeentelijk sportbeleidsplan. Daarnaast zijn alle bepalingen van titel III, hoofdstuk I m.b.t. het gemeentelijk sportbeleidsplan van toepassing op het verenigingssportbeleidsplan, met uitzondering van de bepalingen in artikel 5 §4, artikel 15, 4° en de bepalingen in Titel IV en V niet van toepassing zijn op een VSBP (zie verder).

Wie kan een VSBP indienen?

Indien een gemeentebestuur geen gemeentelijk sportbeleidsplan voor subsidiëring heeft ingediend wordt deze er door de Vlaamse Regering om verzocht om dit alsnog te doen. Een afschrift van dit verzoek wordt zowel naar het provinciebestuur als naar de gemeentelijke sportraad gestuurd, of bij het ontbreken van een gemeentelijke sportraad, naar representatieve sportverenigingen van de gemeente.

Indien het gemeentebestuur na deze herinnering geen sportbeleidsplan indient kan er toch nog een sportbeleidsplan worden ingediend door de gemeentelijke sportraad, of bij ontbreken daarvan, een structuur met daarin een representatieve vertegenwoordiging van de bestaande sportverenigingen uit de gemeente.

Indien het verenigingssportbeleidsplan niet door de sportraad wordt ingediend, moet het ingediend worden door een representatieve vertegenwoordiging van de sportverenigingen in de gemeente en van alle vormen van sportbeoefening aanwezig in de gemeente. Bij twijfel over de representativiteit van de indieners zal de minister hierover een beslissing nemen.

Kan men ook nog in 2009 een VSBP indienen ?

Indien het gemeentebestuur tegen 1 februari 2008 uitstel vroeg om alsnog in 2008 een gemeentelijk sportbeleidsplan te maken en dit in te dienen voor 31 december 2008, maar zij op dit laatste moment toch geen gemeentelijk plan indiend, dan kan er tegen 1 juni 2009 alsnog een verenigingsbeleidsplan ingediend worden.

 

Indien de gemeente geen uitstel vroeg tegen 1 februari 2008, dan is de sportraad in 2008 aanzet om tegen 1 juni 2008 een VSBP te maken. Het is niet mogelijk voor de sportraad of een groepering van verenigingen om uitstel aan te vragen om in dit geval pas in 2009 een VSBP in te dienen.

Wat moet er in een VSBP staan?

Een VSBP moet net als een gemeentelijk sportbeleidsplan beantwoorden aan een aantal inhoudelijke voorwaarden, die omschreven worden als de generieke (algemene) elementen enerzijds en elementen die per inhoudelijk hoofdstuk/thema moeten voorkomen anderszijds.

Generieke elementen

  • a) de missie van het sportbeleid;
  • b) 1) een inventarisatie en beschrijving van de huidige structuren van de gemeente met betrekking tot sport en de onderlinge samenhang ervan, en een inventarisatie van de externe sportactoren die een rol spelen in het gemeentelijke sportbeleid, zoals onder andere sportverenigingen, scholen en commerciële sportinstellingen;
  • 2) de voor het gemeentelijke sportbeleid verzamelde relevante noden en behoeften die onder andere blijken uit de bevraging van de belanghebbenden, uit een evaluatie van het huidige sportbeleid en uit de brede maatschappelijke context.

Elementen die in elk van de hoofdstukken/thema's van het decreet, afzonderlijk aan bod moeten komen:

  • a) de analyse en duiding van de gegevens, vermeld in b), 1) en 2), met het oog op de te formuleren doelstellingen;
  • b) de strategische doelstellingen en de bijhorende operationele doelstellingen, met per doelstelling de vermelding van het beoogde resultaat en de eventuele indicatoren;
  • c) de aanpak om de operationele doelstellingen te realiseren met vermelding van de maatregelen, de timing en de financiële prognose.

Hoe moet een VSBP er uit zien?

De vorm (aantal pagina's, structuur, ...) van het verenigingssportbeleidsplan wordt niet door de overheid opgelegd; De kern van een verenigingsbeleidsplan bestaat uit drie hoofdstukken/thema's die betrekking hebben op de ondersteuning en stimulering van sportverenigingen, de ondersteuning en stimulering van de andersgeorganiseerde sport en de ondersteuning en stimulering van de toegankelijkheid tot sport en de diversiteit in sport. In tegenstelling tot een gemeentelijk sportbeleidsplan is het niet decretaal verplicht om een hoofdstuk te maken omtrent sportinfrastructuur. Het kan wel nuttig zijn om op eigen initiatief ook aandacht te schenken aan sportinfrastructuur. 

Concreet bestaat een VSBP minimaal uit een missie, een inventarisatie van de sportstructuren en sportactoren in de gemeente, een overzicht van de relevante noden en behoeften en vervolgens drie hoofdstukken/thema's m.b.t. de ondersteuning van sportverenigingen, andersgeorganiseerde sport en diversiteit en toegankelijkheid van sport met telkens een gegevensanalyse, doelstellingen en een plan van aanpak.

Welke stappen moeten verplicht worden gevolgd om een VSBP op te stellen?

Het decreet noch het uitvoeringsbesluit voorziet een verplichte stappenplan voor het opstellen van het VSBP. Er bestaat een handboek dat als leidraad kan dienen om een VSBP op te stellen en voor het opstellen van een subsidiereglement. Belangrijk is wel dat men de nodige aandacht schenkt aan het participatieve proces.

Wel dienen inhoudelijk de hoofdstukken/thema's uit het decreet en de elementen vervat in het uitvoeringsbesluit terug te vinden zijn. Het is bovendien belangrijk op te merken dat er voor de uiteindelijke aanvaarding wel voldaan moet zijn aan de nadere voorwaarden zoals die worden opgelegd in het decreet en het uitvoeringsbesluit betreffende de timing, de aanvraag, de controle op de aanwending van de subsidies, de bijlagen,…

Zijn er verschillen tussen een VSBP en een gemeentelijk sportbeleidsplan?

Gemeenten moeten de beleidssusbsidie van de Vlaamse Regering zelf vermeerderen met 50 procent (artikel 5, §4). De indieners van een VSBP zijn hiervan vrijgesteld en moeten dus niet co-financiëren.

Daarnaast moet een gemeentelijk sportbeleidsplan volgens het decreet bestaan uit vier hoofdstukken, waaronder de beschrijving van een globaal meerjarenplan met betrekking tot de sportinfrastructuur (artikel 15, 4°). Dit laatste hoofdstuk behoort niet tot een VSBP.

Gemeenten zijn verplicht om te beschikken over een erkende sportraad (Titel IV, artikel 28-30). Deze voorwaarde vervalt voor de indieners van een VSBP, net als de voorwaarde om te beschikken over minstens één sportgekwalificeerd ambtenaar (Titel V, artikel 31).

Welke bijlagen moeten bij het VSBP?

Bij het verenigingssportbeleidsplan moet het subsidiereglement en een voorstel voor de verdeling van de subsidies over de verschillende sportverenigingen van de gemeente voor het lopende jaar van de sportbeleidsplanperiode erbij gevoegd zijn.

Hoeveel subsidies kan men ontvangen?

De beleidssubsidie die een gemeente kan krijgen voor het gemeentelijk sportbeleidsplan bedraagt 1,5 euro per jaar per inwoner. Indien men een VSBP voor subsidiëring indient, heeft de indiener bij aanvaarding van het plan recht op 80 procent van deze beleidssubsidie die de desbetreffende gemeente zou krijgen. Het uiteindelijke bedrag wordt door de minister jaarlijks meegedeeld, uiterlijk tijdens het derde trimester.

Dit meedelen van het subsidiebedrag waarop de indiener recht heeft voor het VSBP gebeurt zowel aan de indiener van het verenigingssportbeleidsplan als aan het gemeentebestuur. Als de minister het verenigingssportbeleidsplan heeft aanvaard voor subsidiëring, dan wordt jaarlijks, uiterlijk in het derde trimester, een voorschot toegekend van 90% van de subsidie aan de indiener van het VSBP.

Wat is de timing van het VSBP?

Het verenigingssportbeleidsplan moet worden ingediend bij het Bloso voor 1 juni 2008. Mits goedkeuring en aanvaarding door de minister geldt het dus vanaf het tweede jaar van de gemeentelijke bestuursperiode en loopt tot en met het eerste jaar van de daaropvolgende bestuursperiode. De minister aanvaardt of weigert het verenigingssportbeleidsplan voor subsidiëring en deelt zijn beslissing uiterlijk zestig dagen nadat het Bloso het verenigings-sportbeleidsplan heeft ontvangen, mee aan de indiener.

Hebben de indieners van een VSBP recht op impulssubsidies?

Neen, de indieners van een verenigingssportbeleidsplan kunnen geen aanspraak maken op het verkrijgen van impulssubsidies van 0,8 Euro per inwoner, dit is voorbehouden aan gemeenten met een erkend gemeentelijk sportbeleidsplan.

Wat gebeurt er indien sommigen niet akkoord gaan met het VSBP?

Elke betrokkene bij een verenigingsbeleidsplan kan een (Titel III, hoofdstuk IV) kan een klacht indienen tegen het VSBP bij een door de Vlaamse Regering aangewezen dienst. Bij een gemeentelijk sportbeleidsplan dient een dergelijke klacht vergezeld te zijn van een advies van de sportraad, maar deze voorwaarde is niet noodzakelijk bij een klacht tegen het verenigingssportbeleidsplan.

De klachtenprocedure, zoals vermeld in artikel 13, schort de termijn van zestig dagen voor de beslissing van de minister op. Als binnen die termijn geen beslissing aan de indiener is verstuurd, wordt ervan uitgegaan dat de minister het verenigingssportbeleidsplan voor subsidiëring aanvaardt.

Wie kan er zo’n klacht indienen?

Eén of meerdere plaatselijke sportverenigingen of elke andere betrokkene bij het verenigings-sportbeleidsplan kan een gemotiveerd bezwaarschrift indienen over:

1° de indiening van een verenigingssportbeleidsplan;

2° de indiening van het jaarlijkse verslag;

3° het niet-uitvoeren van het verenigingssportbeleidsplan conform de vermelde

doelstellingen.

Een dergelijk bezwaarschrift moet worden ingediend bij het Bloso. Het Bloso bezorgt binnen zeven werkdagen zowel aan de indiener als aan het betrokken provinciebestuur een ontvangstmelding.

Het bezwaarschrift tegen de indiening van het verenigingssportbeleidsplan kan worden ingediend tot 30 juni van het jaar waarin het verenigingssportbeleidsplan wordt ingediend.

Het bezwaarschrift tegen de indiening van het jaarlijkse verslag kan worden ingediend tot uiterlijk 30 september van het jaar dat volgt op het jaar waarop het verslag betrekking heeft.

Het bezwaarschrift tegen het niet-uitvoeren van het verenigingssportbeleidsplan conform de vermelde doelstellingen kan worden ingediend bij het Bloso tot uiterlijk 30 september van het jaar dat volgt op het jaar waarop het verenigingssportbeleidsplan betrekking heeft.

Volgens de procedure zal dan aan de indiener van het verenigingssportbeleidsplan een standpunt gevraagd over het ingediende bezwaarschrift. De minister spreekt zich uit over het bezwaarschrift en het al dan niet toekennen of terugvorderen van subsidies binnen een termijn van zestig dagen nadat het Bloso het bezwaarschrift ontvangen heeft. De minister brengt zijn beslissing uiterlijk de laatste dag van die termijn ter kennis van de indiener van het verenigingssportbeleidsplan en van de indiener van het bezwaarschrift.

Wat als de gemeente voor 1 februari 2008 uitstel heeft gevraagd?

Indien een gemeentebestuur een uitzonderingsmaatregel heeft aangevraagd (met advies van de sportraad) voor de indiening van het gemeentelijk sportbeleidsplan, dient de gemeente zelf een gemeentelijk sportbeleidsplan op te stellen overeenkomstig de voorwaarden in het decreet en het uitvoeringsbesluit.

 

Indien het gemeentebestuur uiteindelijk toch geen sportbeleidsplan heeft ingediend, kan er alsnog een verenigingssportbeleidsplan worden ingediend bij het Bloso voor 1 juni van het derde jaar van de bestuursperiode (d.i. 1 juni 2009).

Zijn er nog bepalingen waarmee rekening moet worden gehouden?

Volgens artikel 2 van het uitvoeringsbesluit zijn de indieners van het verenigings-sportbeleidsplan ertoe verbonden om steeds de steun van de Vlaamse Gemeenschap te vermelden in hun publieke strategische communicatie over het sportbeleidsplan.

Hoe wordt de besteding van de subsidies van het VSBP gecontroleerd?

De verdeling van de subsidies over de verschillende sportverenigingen van de gemeente voor het lopende jaar moet jaarlijks, samen met het subsidiereglement en het jaarlijkse verslag over het vorige jaar,worden bezorgd aan het Bloso. Dit jaarlijkse verslag over de uitvoering van het verenigingssportbeleidsplan in het voorgaande jaar bestaat uit:

  • een artikelsgewijze opgave per hoofdstuk van de gerealiseerde uitgaven, gebaseerd op de goedgekeurde rekening
  • een verklaring van de indiener waarin staat dat het verenigingssportbeleidsplan in het desbetreffende jaar uitgevoerd werd zoals gepland. Hierbij hoort een argumentatie bij onderdelen van het plan die anders of niet werden uitgevoerd.

Het is belangrijk op te merken dat alle bepalingen over het jaarlijkse verslag van de gemeenten (artikel 6, derde lid) en over de uitbetaling en regularisatie of terugvordering van subsidies (artikel 7, tweede en derde lid) ook van toepassing zijn op het verenigingssportbeleidsplan.

Wordt het VSBP op één of andere manier geëvalueerd?

Net als het gemeentelijk sportbeleidsplan moet er in het derde jaar van de sportbeleidsplanperiode een tussentijdse evaluatie worden georganiseerd. Deze tussentijdse evaluatie wordt dan ingediend voor 1 september van het daaropvolgende jaar, samen met het jaarlijkse verslag.

Vervolgens bestaat er een eindevaluatie van het verenigingssportbeleidsplan, net zoals dit het geval is voor het gemeentelijk sportbeleidsplan. Deze eindevaluatie vindt plaats in het laatste jaar van de sportbeleidsplanperiode. De eindevaluatie vormt tevens een afzonderlijk deel van de gegevensverzameling van het nieuwe gemeentelijk sportbeleidsplan of van het nieuwe verenigingssportbeleidsplan. Indien er geen nieuw gemeentelijk sportbeleidsplan of verenigingssportbeleidsplan wordt ingediend, dan wordt de eindevaluatie ingediend samen met het jaarlijkse verslag.

Meer informatie

Contactpersonen

Roel Van Caenegem   03/780.91.04 roel.vancaenegem@isbvzw.be

ISB vzw - powered by lithium