Erkenning en subsidiëring

Het decreet Sport Voor Allen (9 maart 2007) zegt dat sportverenigingen aangesloten bij een erkende Vlaamse sportfederatie automatisch erkend moeten worden. Toch kunnen gemeenten extra erkenningvoorwaarden toevoegen met dien verstande dat het moet gaan om zaken die niet leiden tot systematische uitsluiting. Deze voorwaarden kunnen bijvoorbeeld zijn: Nederlandstaligheid, minimum aantal leden, actief in de gemeente, min. x activiteiten per jaar ... Volgens het decreet kunnen gemeenten daarnaast zelf bepalen welke andere sportverenigingen ze erkennen en eventueel subsidiëren.


Voor de subsidiëring van sportvereniging gelden volgende principes:

  • Om de subsidie aan sportverenigingen te kunnen inbrengen voor beleids- of impulssubsidie dient de sportvereniging vooreerst erkend te zijn door de gemeente.
  • De gemeente is niet verplicht - door de gemeente - erkende sportverenigingen eveneens te subsidiëren. Een gemeente kan extra subsidievoorwaarden koppelen aan het subsidiereglement afhankelijk van de lokale noden en behoeften en beleidsdoelstellingen = AUTONOMIE VAN DE GEMEENTE.
  • Elke door de gemeente erkende sportvereniging kan subsidies ontvangen. Enkel subsidies aan sportverenigingen aangesloten bij een unitaire sportbond (Koninklijke Belgische Hockeybond ...) kunnen vanaf 2010 niet meer ingebracht worden in de beleidssubsidie, noch in de cofinanciering of overgangssubsidie m.b.t. hoofdstuk 1 = VERBOD.
  • Subsidies aan sportverenigingen aangesloten bij een erkende Vlaamse sportfederatie kunnen vanaf 2010 ingebracht worden in de impulssubsidies = VERPLICHTING.  

Artikel 15 van het decreet stelt dat enkel sportverenigingen met een structureel en actief sportaanbod beleidssubsidies-hoofdstuk 1 (en cofinanciering, overgangssubsidie) mogen ontvangen. De gemeenten zijn vrij te bepalen wat zij verstaan onder een ‘structureel en actief sportaanbod' maar het moet wel gaan om een regelmatig actief sportaanbod (dus bv. geen organisatiecomités).

 

Documenten zoals de sporttakkenlijst en de lijst van erkende Vlaamse sportfederaties die worden vaak aangewend als richtlijn bij de bepaling of een sportclub al dan niet erkend en gesubsidieerd wordt. Toch willen wij duidelijk zeggen dat dit niet verplicht is.

 

Erkende sportfederaties

  

Het decreet van 13 juli 2001 regelt de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding.


Organisaties voor Sportieve Vrijetijdsbesteding

 

Naast de erkende Vlaamse sportfederaties bestaan er ook Organisaties voor Sportieve Vrijetijdsbesteding (OSV's). Dit zijn organisaties die zijn samengesteld uit één of meer verenigingen die de sportieve vrijetijdsbesteding beoefenen binnen een zelfde vrijetijdscluster.
Sportieve vrijetijdsbesteding is een vrijetijdsbesteding waarbij de deelnemers op gereglementeerde wijze en in gestructureerd verband hun vaardigheden meten en waarbij coördinatie, concentratie, behendigheid, tactiek en ontspanning primeren in combinatie met een minimale fysieke activiteit.

 

De OSV's worden opgesplitst in vier clusters van gelijkaardige activiteiten.

 

1. Vlaamse Organisatie voor Internationale volkssporten vzw (cluster van internationale volksspelen)
Deze cluster bestaat uit erkende Vlaamse sportfederaties: de vzw Petanque Federatie Vlaanderen, de vzw Vlaamse Snookerfederatie en de vzw Vlaamse Darts Bond.

2. Vlaamse Confederatie Hengel-, Honden- en andere Dierenhobby's vzw (cluster van dierenhobby's)
Deze cluster bestaat uit de erkende Vlaamse sportfederaties: de vzw Vlaamse Federatie Hondensport, de vzw Vlaamse Vereniging van Hengelsport Verbonden en de vzw Hondenfederatie Vrienden Onder Eén.

3. Vlaamse Cluster van Luchtsporten vzw (cluster van luchtactiviteiten)
Deze cluster bestaat uit de erkende Vlaamse sportfederaties: de vzw Vereniging voor modelluchtvaartsport en de vzw Liga van Vlaamse zweefvliegclubs.

 

=> Al deze sportverenigingen, aangesloten bij één van de erkende Vlaamse sportfederaties (onderdeel van een OSV) moeten automatisch erkend worden en kunnen gesubsidieerd worden door de gemeenten via zowel de beleidssubsidie als de impulssubsidies.

 

4. Vlaamse Traditionele Sporten vzw (cluster van traditionele volksspelen)

 

Deze cluster van traditionele sporten heeft onder haar leden 1 erkende Vlaamse sportfederatie, nl. de vzw Vlaamse Boogsport Federatie Liggende Wip. Daarnaast bestaat de VlaS uit andere bonden en verenigingen die niet erkend zijn als Vlaamse sportfederatie. Voorbeelden van sporten aangeboden door deze bonden en verenigingen zijn: krulbol, touwtrekken, golfbiljart, schietlapschieten, beugelen, buksschieten, curve bowls, flessenschieten, gaaibol, handboogschieten staande wip, kegelen, klepschieten, kruisboogschieten -balboog, krulbol, paapgooien, pagschieten, sjoelen, struifvogel, trabol, traditioneel karabijnschieten.


=> De sportverenigingen van de vzw Vlaamse Boogsport Federatie Liggende Wip moeten automatisch erkend worden en kunnen gesubsidieerd worden door de gemeenten via zowel de beleidssubsidie als de impulssubsidies. Alle andere sportverenigingen, aangesloten bij deze OSV kunnen erkend en gesubsidieerd worden door de gemeente via de beleidssubsidie maar niet voor de impulssubsidie. Gemeenten beslissen zelf of ze deze sportverenigingen erkennen en subsidiëren.


=> De Vlaamse Traditionele Sporten vzw diende een aanvraag tot erkenning als Vlaamse sportfederatie in. Zij verkregen echter geen erkenning.

 

Andere activiteiten zoals vinkenzetten, duivensport, schaken ... vallen niet onder een OSV. Gemeenten zijn vrij om deze al dan niet te erkennen en te subsidiëren. De subsidie kan niet ingebracht worden in de beleidssubsidie (cofinanciering, overgangssubsidie) en de impulssubsidie om reden dat ze niet beantwoorden aan de definitie van sport in het decreet Sport voor Allen.

 

Conclusie

 

Gemeenten zijn vrij om sportverenigingen te erkennen en eventueel te subsidiëren afhankelijk van lokale noden en behoeften en beleidsdoelstellingen. Sportverenigingen aangesloten bij een erkende Vlaamse sportfederatie moeten erkend worden. Sportverenigingen die vallen onder een OSV of sportverenigingen met een ander aanbod dat ook als sport wordt beschouwd mogen erkend worden.


Enkel subsidies aan sportverenigingen erkend door de gemeente die NIET aangesloten zijn bij een unitaire sportfederatie (vanaf 2010) mogen ingebracht worden in de beleidssubsidie-hoofdstuk 1 (en cofinanciering en overgangssubsidie) mits te voldoen aan alle decretale voorwaarden (structureel actief sportaanbod, subsidiereglement met kwaliteitscriteria,...).


Voor de impulssubsidie komen enkel subsidies aan sportverenigingen, erkend door de gemeenten én aangesloten bij een erkende Vlaamse sportfederatie (vanaf 2010) in aanmerking mits te voldoen aan thema en de doelgroep van de impulssubsidie.

 

Intussen deed Minister van Sport, Bert Anciaux een warme oproep om ook de verenigingen aangesloten bij een OSV te betrekken bij uw lokaal sportbeleid.

 

 

Voor alle info omtrent het opmaken van een subsidiereglement verwijzen we u door naar de rubriek subsidiereglementen op deze website.


ISB vzw - powered by lithium